28/06/18 Het volgende WK kan me gestolen worden

Het is het droeve lot van wie met veel bombarie een mening verkondigt: je dreigt meteen door de feiten te worden ingehaald. Het overkwam me gisteren, toen het tot dusver zo ‘steriele toernooitje’ werd opgeschrikt door een bom. Voor het eerst sinds 1938, toen de Duitsers nog aan die andere poging tot wereldheerschappij moesten beginnen, werd de Mannschaft al na de eerste ronde van het WK nach Hause geflikkerd. 

Zelden zag ik een team zichzelf zo vakkundig in de voet schieten. Met Toni Kroos (assist voor de Zuid-Koreaanse 1-0) en Manuel Neuer (die zijn eigen Ardennenoffensiefje ondernam) als überschlemielen. Zo is Duitsland al de vierde regerende wereldkampioen sinds de eeuwwisseling die in de eerste ronde van het WK sneuvelt. 

Doen de Rode Duivels – en nu kruip ik in de huid van een blinde believer – er dan wel goed aan om wereldkampioen te worden? Gaan we niet beter eervol ten onder tegen een topland? Eventueel zelfs na een dwaling van de VAR, zodat we eindelijk kunnen ophouden over Röthlisberger en Prendergast? 

Quatsch in pakskes natuurlijk. Zoals geen enkele coureur in volle sprint de remmen dichtknijpt om de vloek van de regenboogtrui te ontlopen, laat geen enkel team opzettelijk een wereldtitel liggen. En zeker ons kleine Belgenlandje niet! Voor een aantal Rode Duivels is dit niet alleen de laatste kans om te oogsten, zij weten ook maar al te goed hoe diep een nationale ploeg in de stront kan zakken en hoe moeilijk het kan zijn om daar weer uit te klimmen. 

In augustus 2006, slechts vier jaar nadat Wilmots (na een spookduwfout) Brazilië ei zo na uit het WK had gebuffeld, kwam België thuis niet verder dan 0-0 tegen … Kazachstan. Kompany, Vermaelen en Dembélé waren er toen al bij. Een jaar later, met ook nog Fellaini en Vertonghen, werd het in Almaty 2-2. Niemand minder dan Karel Geraerts heeft toen gescoord. In die bewuste EK-voorronde boekten we vier van onze vijf zeges tegen Azerbeidzjan en Armenië. Hetzelfde Armenië dat ons in de daaropvolgende WK-kwalificatie versloeg. Net als Estland. 

Intussen zijn we zo’n tien jaar verder en knort de maag van de natie harder dan ooit. Hopelijk beseft de huidige gouden generatie dat in de wachtkamer van de U21 voorlopig slechts opgepoetst koper zit. De toekomst zal uitwijzen of we die jongens, zoals ook de Duitse bondscoach Löw wordt verweten, niet sneller hadden moeten laten doorstromen. Maar het volgende WK kan me gestolen worden. Nú is België (met een fitte defensie) op zijn allersterkst. Anders dan Duitsland moet het deze kans op een unicum in de vaderlandse geschiedenis grijpen. Zelfs een gelijkspel tegen Gibraltar over een half jaar neem ik er dan met de glimlach bij.

De Koperen Kogel