01/10/18 Vloeken of vergeven?

Had ik gisteren, meteen na de aankomst van het WK, mijn laptop opengeklapt en mijn galblaas laten spreken, dan was ik mijn relaas als volgt begonnen:

“Exact dertig jaar na Steve Bauer in Ronse hoopte ik tot mijn eigen verbijstering dat een Canadees de gedoodverfde favoriet opnieuw van de zege zou houden, en voor mijn part mocht hij daar in de laatste rechte lijn dezelfde misselijkmakende manoeuvres voor aanwenden als zijn landgenoot indertijd. 

Tenslotte – en daar gaan verbazend veel mensen toch heel licht over, vind ik – heeft die gedoodverfde favoriet van vandaag nog niet zo heel lang geleden ook tal van concurrenten van zeges gehouden met zijn eigen misselijkmakende manoeuvres. Letterlijk misselijkmakend misschien, voor hemzelf dan, want met bloedzakken goochelen is natuurlijk vooral riskant voor jezelf, in tegenstelling tot je rivalen in de dranghekken dringen. 

Daar loopt mijn vergelijking tussen beide vormen van competitievervalsing trouwens een beetje mank. Natuurlijk wenste ik Alejandro Valverde geen zware valpartij toe, maar de zege? Nee, die gunde ik hem niet. Daarvoor had hij er tijdens zijn carrière te veel gestolen. En het ontbreken van een wereldtitel op ’s mans palmares vond ik – bovenop die twee jaar schorsing – geen overdreven strenge straf. Temeer omdat hij altijd te trots is geweest om zijn schuld toe te geven.

Dus ja, ik vloekte. Hardop. En meermaals. Nu het peloton al enkele jaren gespaard blijft van grote dopingschandalen vind ik het té pijnlijk dat een van de laatste fossielen uit de duistere ‘verbodenmiddeleeuwen’ van het wielrennen de regenboogtrui krijgt aangetrokken.”

Toen ik deze ongezouten mening met de wereld wilde delen, trof ik op de sociale media gelijkaardige kanttekeningen aan, ook van gerespecteerde wielerjournalisten. Waarop minstens even vurig werd gereageerd door onvoorwaardelijke fans van Valverde. Hoewel hun reacties niet altijd even tactvol waren, bleken ze over een grote mantel der liefde te beschikken. 
‘Zouden ze even vergevingsgezind zijn,’ vroeg ik me af, ‘als een inbreker die geld uit hun huis had gestolen, na twee jaar zou vrijkomen? En zouden ze hem even hard bewonderen als hij daarna op een eerlijke manier zijn geld zou verdienen?’

Op dat moment besefte ik dat ik mezelf ook schuldig maakte aan inconsequentie. Maar dan omgekeerd. Ik ben namelijk wél van mening dat mensen die ‘in het gewone leven’ een zware fout hebben begaan, een eerlijke tweede kans verdienen. Waarom krijg ik dan, sinds Valverde zijn schorsing netjes heeft uitgezeten, een vieze smaak in de mond telkens als hij de tegenstand op een hoopje rijdt? Omdat renners als Valverde mijn liefde voor de koers onherstelbare schade hebben aangericht, wellicht. Maar er gebeuren ergere drama’s, en de slachtoffers daarvan geven soms blijk van grotere vergevingsgezindheid jegens de schuldige dan ik jegens godbetert een paar coureurs die die deel uitmaakten van een peloton vol zondaars.

Ben ik tot inkeer gekomen? Daar ben ik nog niet uit. Dat Valverde na zijn schorsing en op zijn oude dag nog zo vaak de jonkies verslaat, kan twee oorzaken hebben. 1) Hij is de dopingjagers nog steeds te vlug af. 2) Hij rijdt nu zuiver (ik mag hopen dat hij voortdurend wordt gecontroleerd), wat zou bewijzen dat Valverde inderdaad onvoorstelbaar getalenteerd is én dat het huidige peloton ook properder rijdt dan indertijd. Dubbel goed nieuws dus.

Laat ons besluiten dat Valverde’s zege van gisteren mijn persoonlijke proces van amnestie heel misschien in gang heeft gezet. Maar ik had toch minstens even graag die Canadees zien winnen.

De Koperen Kogel