03/08/18 Sagan en de glazen boterhammen

‘Wie gaat winnen?’
‘Sagan, natuurlijk.’
‘Niet Van Avermaet? Daar hebben ze ook veel voor betaald.’
‘Ja, maar die heeft vorig jaar al mogen winnen.’
Plots bedenk ik dat mijn jongste zoon bij me in de buurt staat. Heeft hij ons gehoord? 
Nee. Oef.

Ik vraag me af wanneer ik het hem ga vertellen. Over enkele maanden komt ook de Sint weer, en het zou best kunnen dat die pijnlijke waarheid nog voor 6 december aan het licht komt. (Soms verdenk ik hem ervan dat hij het al lang door heeft, maar zich van de domme houdt om zichzelf te verzekeren van cadeautjes…)

Maar wanneer de grijnzende groene trui Peter Sagan, gezeten op de achterbank van een cabrio, over het parcours wordt gereden bij wijze van presentatie aan het publiek, zie ik in de twinkelende ogen van zoonlief dat ik dit stukje magie nog niet mag doorprikken. Nog lang niet.

Een maand nadat ik in 2005 in Herentals kwam wonen, werd dit na-Tourcriterium voor het eerst georganiseerd. De omloop lag (en ligt) slechts op een steenworp - zelfs met mijn slechte linkerarm - van mijn voordeur. De wielerliefhebber in mij was content. Uiteraard kende ik de ware toedracht van dit volksvertier, net als de duizenden andere toeschouwers, maar er ging niets boven het geluid van dertig voorbijzoevende coureurs. Vijftig keer dan nog.

Dertien jaar later is het criterium een verplicht nummertje geworden. Zoals een kind, eenmaal ingewijd, het normaal vindt dat de Sint plots stopt met langskomen, kan dat twee uur lang durende en vooraf georkestreerde theater van demarrages me stilaan gestolen worden. En aan de gezichten van sommige hoofdrolspelers kan ik ook aflezen hoe verplicht zíj hun nummertje vinden. 

Maar het blijft koers. En we wonen in Vlaanderen. Dus genieten we met volle teugen van brood en spelen. Brood in de vorm van de ettelijke glazen boterhammen die we achteroverkappen, terwijl we keuvelen, palaveren, zwanzen, en om de drie minuten de gladiatoren aanmoedigen, tegen beter weten in. Want Sagan won wel degelijk (vóór Van Avermaet). Terwijl de beau monde en Jean-Marie Pfaff achter de tralies van de viptent hun laatste cava’s nuttigden, slikte het samengetroepte plebs voor het podium de rommelige dj-stunt van de wereldkampioen als zoete koek. 

Vervolgens doken vrouwlief en ik de kroegen rond de Markt in om oude en nieuwe bekenden tegen het lijf te lopen, van de elektricien tot de advocaat, van de kleine zelfstandige tot de gemeentepolitieker, van een bugel spelende gepensioneerde studiemeester tot een altijd en overal aanwezige cultuurmedewerker. ’Op evenementen in mijn sector’, filosofeerde die laatste, ‘kom je altijd wel een beetje dezelfde mensen tegen. Maar als het koers is, komt echt héél Herentals buiten.’ Daar dronken we er nog een laatste op.

Vanochtend stond ik op met een kater. En met de geruststellende gedachte dat de koers, zelfs voor iemand die te nuchter is geworden om te dwepen met helden, me nog altijd dronken kan voeren.

 

De Koperen Kogel