10/07/18 Stront is een gevoel

‘Deze gaat erin’, zei ik toen De Bruyne de bal klaarlegde voor een vrije trap. ‘Ik voel het.’
‘Ik voel het niet’, antwoordde zoon nummer 1 kurkdroog. Sinds de 1-0 van Umtiti verborg hij zijn ontgoocheling achter cynisme. Zoon nummer 3 aapte hem na.

Ik voelde het eerlijk gezegd ook niet. Erg vreemd, maar zoals ik tegen Brazilië een goed voorgevoel had dat meteen na de aftrap werd bevestigd door het plannetje van Martinez en de uitvoering door de basiself, voelde ik voor en tijdens deze wedstrijd weinig tot niets.

Vooraf voelde ik het niet, omdat ik een strontmatch verwachtte tegen de Fransen. Ik zag hun eerste match tegen Australië in een Rijsels café en was toen zeker: ‘Dit Frankrijk geraakt niet ver.’ Na Peru dacht ik nog hetzelfde. Na hun salonremise tegen Denemarken begon ik zelfs te hopen dat ze eruit zouden gaan tegen Argentinië, maar net toen speelden ze één geweldige helft. Even kreeg ik als vanouds sympathie voor Les Bleus, maar tegen Uruguay was het weer even 'chiant' als de Autoroute du Soleil op een zwarte zondag. (Ben ik blij dat ik uitgerekend dit jaar niet voor Frankrijk heb gekozen als reisbestemming.)

Tijdens voelde ik het niet, omdat Dembélé - jarenlang mijn favoriete (veel te vaak afwezige) speler - niet de Tita Tovenaar van weleer was. Omdat Hazard net iets té hard zijn best deed - die ene bal had hij écht aan Lukaku moeten geven. Omdat Lukaku in de zak zat van Varane en Umtiti, misschien niet toevallig verdedigers van Real en Barça. Omdat Martinez niet zijn kalme zelve was na die 1-0 - alsof hij het kalf ook al verzopen wist. Omdat Frank Raes op geen enkele manier de indruk wekte dat hij het nog voelde - die eeuwige berusting.

Dus nee, ik voelde het eigenlijk helemaal niet toen De Bruyne die bal klaarlegde, maar ik deed alsof voor zoon nummer 2, een believer. De vrije trap van De Bruyne leverde naar het beeld van zijn wedstrijd - ook daardoor voelde ik ‘het’ niet - niets op.

Na de wedstrijd: twee Nederlanders (!) die meteen om ter luidst aan het analyseren sloegen en drie ontroostbare zonen die nog luider tranen met tuiten weenden. ’Toch niet eruit tegen een strontploeg als Frankrijk?’ jammerden ze in het vocabulaire van hun vader. 
En ik? Ik voel nog altijd weinig tot niets. Ik vond het al een stront-WK, en na deze strontwedstrijd is het enige lichtpunt uitgeblazen. Door een strontploeg dus. Stront, is dat een gevoel? Nu even wel. Trots is voor later.

 

De Koperen Kogel