06/04/18 De Hemel van het Noorden (deel 2)

‘Ja! Het Bos van Wallers!’
De hele familie laat de koffie en de koekjes voor wat ze zijn en kluistert zich voor de buis. Voor even toch. Want zodra de laatste renner die vermaledijde strook heeft afgewerkt, veert iedereen recht en vliegen opgewonden vragen door de woonkamer.
‘Wie rijdt met wie mee?’
‘Moeten we een paraplu meenemen?’
‘En laarzen?’
‘Papa, vergeet je de radio niet?’

Onderweg houdt de autoradio ons op de hoogte van het koersverloop. En net als elk jaar brengt Tom zijn imitatie te berde van de trillende stem van Jan Wauters achterop de motor. ‘Demarráge van Vanderáérden’ – Tom is altijd in de eighties blijven hangen – ‘en Bontempi reagéért!’ improviseert hij erop los, zichzelf letterlijk op de borst kloppend voor het tremolo-effect. Sommige dingen word je nooit beu.

***

Papa is een gps avant la lettre. De André Meganck van de familie. Of we nu in Zuid-Frankrijk, Friesland, Engeland of Vlaanderen zijn, hij vindt overal blindelings de weg. 
Eén uitzondering: de route richting de kasseistrook waar onze jaarlijkse afspraak met de Hel van het Noorden plaatsvindt.
De expressweg naar Moeskroen, onder de tunnel naast het zwembad, iets verder de A17 op, afrit 1, dwars door Templeuve… Tot zover gaat alles goed. Maar dan, in het centrum van het Franse grensdorpje Willems, slaat de twijfel toe. Rechts of links? 
Enkele jaren geleden vergiste hij zich er voor het eerst, tot groot jolijt van de familie en vrienden in zijn kielzog. Hij die iedereen onfeilbaar waande wanneer het op oriëntatie aankwam, was het noorden kwijt. Strikt genomen het westen.
Het jaar daarna: weer van dattum. Diezelfde splitsing deed hem de das om. Nog meer hoongelach werd zijn deel.

Vandaag is de spanning tastbaar. Alle inzittenden voelen dat een nieuwe afgang de emmer der vernederingen kan doen overlopen. Dat leedvermaak niet langer in goede aarde zal vallen. Rechts of links?
Hij maakt een keuze, tegen zijn gevoel in.
Honderd meter verder zijn we zeker: we zitten juist!
Driewerf hoezee.
De gps is in ere hersteld.

***

We parkeren de auto’s in het gehucht Robigeux en betreden honderd meter verder de laatste secteur pavé van Parijs-Roubaix. Die van Willems-Hem. De kasseien liggen er slecht bij, maar aan weerszijden van de bolle rug – de wielen van de voorbijrazende auto’s raken amper de grond – ligt een smal strookje asfalt waar de renners graag van profiteren.
We wandelen verder naar ‘ons’ plekje. Een opeenvolging van twee rechthoekige bochten, rechts-links, waar de renners de kasseien wel móéten kruisen om het snelste traject, van binnenbocht naar binnenbocht, aan te houden. Niet ongevaarlijk bij nattigheid, maar valpartijen heb ik nog nooit aanschouwd.
Veel mythe of legende valt hier trouwens niet te rapen, al liep Kuipers band enkele hectometers verder wel van de velg toen hij op weg was naar de zege in 1983. (En later, maar dat weet ik nu nog niet, zal Museeuw wat verderop een vierde zege door de neus geboord zien.) Maar de voordelen van deze locatie zijn legio. 

Ten eerste: er staat nooit veel volk, wat altijd een voordeel is wanneer de karavaan voorbijkomt. Die is niet zo monumentaal als tijdens de Tour de France, maar mijn pa, die verwekt is tijdens de Tweede Wereldoorlog, kijkt een gratis weggegeven paard nooit in de bek. Vorig jaar nog dook hij als een volleerde doelman de gracht in om een porte-cleetje (West-Vlaams voor ‘sleutelhanger’) van La Voix du Nord te bemachtigen. Trots overhandigde hij het kleinood aan mijn moeder, die het zuchtend en met de ogen draaiend in de plastic zak vol gesponsorde petjes, strandballen en balpennen gooide. Klaar om twintig jaar lang stof te liggen vergaren op zolder.

Ten tweede: rondom ons strekken de akkers en de weiden zich uit zover het oog reikt, zodat we de helikopters al een halfuur op voorhand zien naderen. We voelen de spanning dus minuut na minuut stijgen en weten vrij precies hoe lang we nog moeten wachten op de koplopers. Wie dat zijn, probeert mijn vader te achterhalen met behulp van ons aftandse radiootje met geamputeerde antenne. Gelukkig zijn we nog dicht genoeg bij België om flarden Radio 1 op te vangen. 
‘Ballerini en Duclos rijden voorop’, echoot hij voor ons de verslaggeving. ‘En daarachter Museeuw, Ludwig, Van der Poel en… Van Hooydonck.’
Ons Kempische gezelschap wordt gek. Edwig Van Hooydonck is afkomstig uit de buurt van Wuustwezel. Op een steenworp van Brecht, de heimat van moeders kant van de familie. Ook mijn hart gaat sneller slaan voor de koperen kampioen.
‘Hoever zijn ze achter?’ wil iedereen weten.
‘Bijna twee minuten.’
De euforie maakt plaats voor berusting.

En zo kom ik bij punt drie. 
In Hem is de koers meestal al in een beslissende plooi gevallen. Wie hier op kop rijdt – solo of in groep – komt hoe dan ook in aanmerking voor de zege. Bovendien is het deelnemersveld zodanig uit elkaar gereten dat ik me ruim een halfuur lang kan vergapen aan bestofte of besmeurde tronies en schokschouderende lijken op zadels. Wat een verschil met de tien seconden durende ‘zoef’ tijdens de vlakke Touretappes die we al hebben bijgewoond.

Nu komen de helikopters wel heel dichtbij.
De moedigsten onder ons springen over de gracht naar het smalle strookje gras langs de weg. De rest blijft achter ons staan, op de rand van het veld, iets hoger dus.
Het kan niet lang meer duren.

De Koperen Kogel