25/03/18 Vlees en bloed

Vannieuwkerke: ‘I have to thank you, Peter, because the news is coming.’

Sagan (grinnikend): ‘There is more important news in the world!’

Een typische, relativerende kwinkslag zoals we die van Sagan gewoon zijn. (Hij herinnerde zich zelfs maar amper hoeveel keer hij al in Harelbeke had gewonnen!)

De vraag is: heeft Sagan gelijk? Is er belangrijker nieuws in de wereld? 

Enerzijds ben ik geneigd daar ‘ja’ op te antwoorden.

Vanochtend ben ik om 7u opgestaan om de finale van Gent-Wevelgem live te kunnen bekijken vanuit mijn hotelkamer aan de Amerikaanse westkust. Toen ik de uitslag meedeelde aan mijn plaatselijke/tijdelijke collega’s, waren er welgeteld twee die enige belangstelling toonden. Twee Vlamingen. 

De rest, mensen van over heel Europa, hoorden het in Keulen donderen - van hieruit is dat écht ver - couldn't care less. Ze konden maar niet geloven dat ik mijn welgekomen zondagochtend-uitslaap had opgeofferd aan een bende zichzelf afbeulende zotten die om het snelst van start naar finish fietsen. Helemaal verwonderd was ik niet, want vorig jaar bleek een Finse collega nog nooit van Eddy Merckx te hebben gehoord. (De wielrenner, natuurlijk. Naar de biljarter heb ik wijselijk niet eens gevraagd.)

Zelfs de Nederlanders, aan wie de zege van Terpstra in de E3 ook totaal voorbij was gegaan, verklaarden me mesjogge. Zij worden naar eigen zeggen pas wielergek wanneer een van hun landgenoten meestrijdt voor de eindzege in een grote ronde. Waarop de krankjorumsten onder hen dan weer massaal - met plastic oranje klompen op hun hoofd en poepeloerezat van het nepbier - een bocht op een Alp gaan bezetten. Met hun liefde voor de koers is het alles of niets. In beide gevallen noemen Vlamingen het cultuurbarbarij.

En zo komen we bij de ‘anderzijds’. Voor de meeste Vlamingen is er tijdens het voorjaar geen belangrijker nieuws in de wereld. Dan zetten wij al onze zuurheid om in beate bewondering voor de helden die we op vrije momenten zo massaal imiteren langs kanalen en op hellinkjes overal te lande. (In het buitenland - ook boven de Moerdijk - noemen ze dat smalend MAMILs, oftewel ‘middle-aged men in lycra’. Tsss.)

Wij juichen of vloeken, luidkeels of binnensmonds, en wij huilen mee met de onfortuinlijke Elia Viviani. De beelden van de Italiaanse sprinter, neergezegen op het asfalt van de Vanackerestraat, moederziel alleen snikkend om de misgeschoten hoofdvogel, zijn wat mij betreft nu al dé wielerbeelden van 2018. Koers is passie.

De ontgoocheling van Viviani deed me terstond denken aan Tom Steels, die u vanavond in 'De Kleedkamer' zult horen vertellen hoe bloednerveus hij was in 1999. Toen ploegmaats Johan Museeuw en Fitte Peeters hem in een zetel van de Kemmelberg naar Wevelgem brachten, en hij het móést afmaken in de spurt. 
Waar Viviani faalde, slaagde Steels. 

Steels klopte die woensdag onder meer Romans Vainsteins en Steffen Wesemann. De Belg getuigt in 'De Kleedkamer'* op verbijsterend beheerste manier over zijn geliefde dochter, de Let laat zijn tranen de vrije loop wanneer hij terugdenkt aan zijn overleden vader en voorbeeld, de Duitse Zwitser vertelt hoe hij het dodelijke ongeval van zijn zoon samen met zijn gezin probeert te verwerken. Heel mooi. Puur. Inspirerend ook.

Steels & co. bevestigen uiteindelijk toch wat die andere kampioen vandaag bedoelde: wielrennen mag nog de grootste passie in hun leven zijn, coureurs zijn ook maar mensen van vlees en bloed. Zoals u. En zoals ik, die op zo’n 9000 kilometer van huis niets liever wil dan zijn teergeliefde vrouw en zonen in de armen sluiten.

De Koperen Kogel