15/11/17 Waarom de halve finale haalbaar is

Wat valt er na het tweeluik Mexico/Japan na te kaarten over de Rode Duivels?

Dat het doodzonde is dat we niet hebben kunnen oefenen met ons allersterkste team, want het ontbreekt onze nationale ploeg stilaan toch echt wel aan een vast elftal, desnoods vijftiental, waar je automatismes en onderlinge verstandhouding in kunt kneden. 

Ik heb me tijdens de voorbije twee interlands weer een paar keer in de haren gekrabd - misschien is dát wel de reden waarom mijn koperen kruin alsmaar dunner wordt - maar gisteren speelden we echt wel met een veredeld B-elftal. (En voor mijn part hoort Witsel daar stilaan trouwens bij.)

Dus heb ik mezelf nog maar eens gebogen over de vraag: is deze generatie Rode Duivels eigenlijk wel goed genoeg om de halve finales van het WK te halen - met minder zijn we niet content, toch? ‘Goed’ is natuurlijk een moeilijk meetbaar begrip, maar de clubs waar ze spelen zijn toch al een indicatie. En hoe goed die clubs presteren in de Champions League, waar de top van de top elkaar treft, is dan een indicatie in het kwadraat. Niet alleen van kwaliteit, maar ook van ervaring op het allerallerhoogste niveau.

Daarom heb ik de selecties van de halvefinalisten van de voorbije drie grote toernooien eens onder de loep genomen en nagegaan hoeveel spelers daarin al (minstens één keer) in de halve finale van het kampioenenbal hadden gespeeld of er nadien in hebben aangetreden. (Een kleine foutenmarge tijdens het tellen sluit ik niet uit.)

In 2012 telde Europees kampioen Spanje maar liefst 20 zulke voetballers in zijn selectie, verliezend finalist Italië 8. Halvefinalisten Portugal en Duitsland waren respectievelijk goed voor 6 (inclusief Ronaldo natuurlijk) en 18 ‘CL-halvefinalisten’ (voor- of nadien dus).

17 Duitse wereldkampioenen van 2014 speelden ooit (minstens) een halve finale in de Champions League, tegenover 7  Argentijnen (onder wie Messi). Brazilië, dat klop kreeg van Duitsland in de halve finale, is goed voor 11 stuks, toch de helft van de selectie. Nederland klokt af op ‘slechts’ 5: het trio Sneijder-Van Persie-Robben, en Kuyt en Huntelaar. Maar die hadden dan weer Louis van Gaal als coach.

Op het EK in Frankrijk telde het thuisland slechts 7 spelers met halvefinale-ervaring in de CL. Het verloor de finale van Portugal, dat er amper 6 telde, van wie er bovendien maar 3 aan de finale begonnen.  En Ronaldo viel dan nog uit. Dus ja, daar hebben de Rode Duivels wellicht hun grootste kans op toernooiwinst laten schieten, zeker als je weet dat Gareth Bale de enige Welshman was die aan deze criteria voldeed. Duitsland, de laatste halvefinalist, was nog steeds goed voor 14 man.

Wat stelt de huidige Belgische selectie daar tegenover? Courtois en (invaller) Alderweireld verloren één finale, net als Carrasco, die wel twee jaar elkaar de halve finales bereikte. In 2016 bereikten Kompany en De Bruyne één keer de halve finales met Manchester City. Dat zijn 5 namen, onder wie één keeper en één man van glas. Of dit iets verklaart over de voorbije twee toernooien, laat ik in het midden, maar voor de zo geroemde wondergeneratie is dat eigenlijk bijzonder pover.

Toch is er hoop. Met Courtois, Hazard, Batshuayi, Lukaku, Fellaini, Meunier, Kompany, De Bruyne, Nainggolan en héél misschien nog Mertens, is de kans op minstens een handvol Belgische kwartfinalisten dit seizoen reëel. Voor de halve finale wil ik het nog weleens zien, maar in al mijn optimisme durf ik te denken dat een aantal van deze toppers nu pas tot volle wasdom zijn gekomen.

Ook Spanje en Duitsland zullen weer hofleveranciers zijn, maar beide nationale ploegen zitten midden in een generatiewissel en zullen op het WK in Rusland meer dan ooit te pakken zijn… op een mindere dag. Argentinië teert nog steeds op dezelfde (en dus vier jaar oudere) vedetten als vier jaar geleden, Engeland bevestigt keer op keer waarom zijn clubs al jaren geen rol van betekenis spelen op het hoogste Europese plan. Italië, Nederland en - ahum - Wales zijn er niet bij. Blijven over: Frankrijk en Brazilië. En Ronaldo. Die halve finale is dus haalbaar. (Als geen enkele patron zich blesseert.)

De Koperen Kogel