26/03/17 Een dolk in een chauvinistisch hart

‘Zondag rijd ik ook nog Gent-Wevelgem, maar winnen in Harelbeke is toch mooier. Het is tenslotte een kleine Ronde van Vlaanderen.’ Met die woorden plantte Greg Van Avermaet vorige vrijdag een dolk dwars door mijn hart. Een ‘kleine Ronde’, dat is precies wat de E3 Harelbeke is. Een generale repetitie, een flauw afkooksel, of - nog gemener - een commercieel opgepompte semiklassieker (zie ook de Omloop en Kuurne) met een hoop heuvels die ook in de échte Ronde beklommen moeten worden.

Gent-Wevelgem daarentegen heeft een eigen smoel (zelfs - of nee, nog méér - zonder die onverharde plugstreets). De memorabele anekdotes zijn legio, alleen al de voorbije 37 jaar. Vanderaerden die Anderson tevergeefs wilde laten winnen, Eddy Planckaert die live op antenne stoute dingen zei over Bontempi’s klokkenspel, Erik Zabel die werd opgeschrikt door hoefgetrappel, régional Nico Mattan die in het zog van de koersdirecteur koploper Flecha mocht counteren, en natuurlijk de van de weg waaiende wielrenners van twee jaar geleden.

En dan heb ik het nog niet eens over het unieke parcours: de Moeren, de Kemmelberg, en die kilometerslange zenuwslopende laatste rechte lijn tussen Menen en Wevelgem. Wevelgem dus, niet Ieper. Het stadsbestuur van de Kattenstad had blijkbaar liters dure Italiaanse wijn beloofd aan dhr. Wuyts in ruil voor een minutenlang promopraatje én pleidooi voor Ieper als potentiële toekomstige aankomstplaats van deze klassieker. Alsof hij de dolk nog dieper in mijn hart wilde boren.

U merkt het. Enig chauvinisme is me niet vreemd als het om Gent-Wevelgem gaat. Als kind sprintte ik van Rekkem naar de nabijgelegen aankomststad om (bijvoorbeeld) Cipollini te zien winnen van Abdoujaparov en achteraf ‘drinkepullen’ te schooien tussen de bussen die bij het zwembad geparkeerd stonden.

Als tiener bootste ik op de terugweg van het college in Menen ettelijke keren de sprint na met maat en medekoersfanaat Wannes, elkaar al beloerend vanaf het Théréseke, het kerkje met het groen geworden koperen dak bij het binnenrijden van Wevelgem. Helaas trok ik ter hoogte van fietshandel Capino, alwaar de streep het hele jaar door bleef liggen (en ik mijn allereerste koersfiets kocht), al te vaak aan het kortste eind.

Als jonge twintiger stond ik in een knalgeel jasje steward te wezen bij de start in het Citadelpark, waar Michel Vanhaecke (die ik niet herkend had zonder wielerplunje) me de huid volschold. Of op de Kemmelberg, waar ik de zeldzame flora moest beschermen tegen supporters die de beklimming vanaf de hoge berm wilden aanschouwen. (Tevergeefs trouwens, want ik werd keer op keer zelf vertrappeld zodra het eerste voorwiel de bocht uitkwam.)

En twee jaar geleden, als dertiger, genoot ik in Café De Polka, te midden van de vertrouwde gezichten en decors uit mijn jeugd, na van de onvergetelijke stormeditie. Badend in liters bier en kilo’s nostalgie.

Vandaag heeft Gent-Wevelgem zijn eigen legende nog wat aangedikt. En heeft Greg Van Avermaet eigenbenig de dolk weer uit mijn hart gefietst.

De Koperen Kogel