17/10/16 Doha 2016: The morning after

Ring. Ring. Ring.

Slaapdronken neemt hij de telefoon op. 

“Lobby, Sir. It’s eight o’clock, you asked us to wake you up? Have a good day, Sir.”

“Mmmm”, mompelt hij terug en hij haakt in. Hij is nooit een man van veel woorden geweest, maar dat heeft hem niet belet de hemel te bestormen. Letterlijk zelfs, want hij ligt hier wel mooi op de 51ste verdieping van een super-de-luxe sterrenhotel in Doha.

Een seconde of twee denkt hij terug aan de derde plaats van Tom Boonen. Dat had hij in zijn tijd wel anders aangepakt, denkt hij even, maar op de receptie gisteravond had hij zijn visie op de koers wijselijk voor zichzelf gehouden. Hij is tenslotte Roger niet. 

Hij stapt uit zijn baron-size bed en trekt de gordijnen open. Bijna wordt hij verblind door het felle zonlicht dat weerkaatst in de wolkenkrabber aan de overkant - zoals zoveel gebouwen hier nog half in de steigers. 

Maar wat ziet hij daar beneden? In plaats van monumentale SUV’s en Bentleys wemelt het in de straten van de fietsende Arabieren. Dat moet hij van naderbij bekijken.

Hij springt in zijn satijnen peignoir en rept zich naar de lift, die in recordtempo naar het gelijkvloers zoeft. Wanneer hij uitstapt, botst hij in zijn haast op een gelikte man in maatpak. Een stapeltje dollars vliegt de lucht in en dwarrelt op de marmeren vloer. ‘FIFA’, leest hij op de borstzak van het kostuum. Hij gromt wat onverstaanbare excuses en zet zijn weg verder.

Buitengekomen wordt hij overweldigd door een enorme voldoening. Na vijftien Rondes van Qatar heeft het WK dan toch voor de ultieme vonk gezorgd: de Arabieren zijn eindelijk ‘aangestoken’, de liefde voor de fiets heeft eindelijk ook de woestijn veroverd. Tientallen groepjes lokale wielertoeristen vullen de straten… Ziet hij dat goed? Ja hoor, ze rijden allemaal op zíjn fietsen. De trots twinkelt in zijn anders zo levenloze ogen.

De enige auto’s in het straatbeeld zijn de bestelwagens die om de vijf minuten een lading arbeiders bij een werf droppen. Die jongens lijken iets donkerder dan de locals, waar zouden zij vandaan komen? Wanneer een van hen zonder te kijken de straat oversteekt, wordt hij uitgekafferd door een Qatarees op een fiets. Die stapt af, haalt uit het niets een zweep tevoorschijn en mept de arbeider de straat af, tot bij de stelling waar hij aan het werk moet. 

Ring. Ring. Ring. 

Badend in het zweet wordt hij wakker. Slaapdronken neemt hij de telefoon op en haakt zonder te luisteren weer in. ‘Verdomme, de airco is kapot’, beseft hij. ‘Die hitte is echt onverdraaglijk.’ Hij trekt de gordijnen open en kijkt naar beneden. Geen tweewieler te zien. Aan de voet van de stelling van de overkant staat een ambulance.

De Koperen Kogel