04/04/16 Liever kleurloos dan kinderachtig

Weet u wie de laatste tijd serieus op mijn zenuwen werkt?
Timmy Simons.
En dat is opmerkelijk, want geen voetballer die het laatste anderhalve decennium zo hard zijn best deed om uit te blinken in saaiheid. Ik verklaar me nader.

Simons heet al jaren een ‘nuttige’ speler te zijn. Dat is zo’n beetje hetzelfde als over een meisje zeggen dat het ‘een toffe’ is. Niet dat ik zijn ‘nut’ ontken - hij heeft het maximum uit zijn carrière gehaald, wat bewonderenswaardig is - maar ik heb het gewoon meer voor onnavolgbare dan voor onzichtbare spelers.  

Naar analogie met zijn nieuwe passie - als ideale schoonzoon investeert hij zijn zuurverdiende centjes verstandig - is Timmy Simons ‘onroerend goed’. Goed dus, maar zo vreselijk onroerend. De laatste jaren bijna letterlijk ‘vast en onverplaatsbaar’, zoals Van Dale ‘onroerend’ omschrijft, al kan zijn nakende pensioenleeftijd daar nog als excuus worden ingeroepen. 

Maar ‘roerend’ is hij hoe dan ook nooit geweest. Ik kan me met de beste wil van de wereld geen drie passes, dribbels of doelpunten voor de geest halen die bij mij ook maar enige emotie hebben teweeggebracht. Al kan het best zijn dat supporters van Club Brugge, PSV of Nürnberg nog tranen in de ogen krijgen als ze terugdenken aan een van ’s mans ontelbare gortdroog omgezette penalty’s.

Mocht Simons zijn boekhoudersvoetbal op tijd en stond nog compenseren met een kwinkslag of memorabele quote, dan zou ik hem nog enigszins aan het hart drukken. Helaas. Eén keer moest ik Simons kort telefonisch interviewen, toen hij bij Nürnberg actief was. Het duurde drie dagen voor ik bij zijn ‘zaakwaarneemster’ - of was het pr-verantwoordelijke van de Duitse club? - een tijdslot kon reserveren waarbinnen ik hem kon spreken. Het clichégehalte en de voorspelbaarheid van Simons’ antwoorden indachtig, had ik in afwachting het hele interview alvast uitgetikt. Na ons gesprek hoefde ik alleen maar met wat punten en komma’s te schuiven. Ik overdrijf niet! (Nu ja, eigenlijk wel.)

113 keer werd Simons geselecteerd voor de Rode Duivels, een record. Gelukkig kwam hij maar 93 keer in actie, zodat hij niet boven Jan Ceulemans - 96 caps, wat was díé man ontroerend goed - kwam te staan. Stel je voor: de Caje, vice-Europees kampioen en vierde op het WK, voorbijgestoken door de sterkhouder van een generatie die zich tussen 2004 en 2012 voor geen enkel toernooi kon plaatsen. Ja, Simons speelde in 2002 mee op het WK in Japan en Zuid-Korea, en deed het daar als jonge snaak voortreffelijk. Maar Rivaldo’s 1-0 in de achtste finale week wel af op zijn voet… 

Misschien liet Marc Wilmots hem daarom thuis van Brazilië. Wellicht de enige keer dat ik een beslissing van de bondscoach toejuichte. (Al had dat ongetwijfeld ook te maken met de belofte die ik enkele maanden eerder in aangeschoten toestand had gedaan: “Als Wilmots Simons meepakt naar Rio, dan ga ik kakken op de drempel van het bondsgebouw.”)

Toegegeven, ik ben streng. Te streng waarschijnlijk. Tot voor enkele maanden was het niet eens in me opgekomen om zo hard van leer te trekken tegen iemand wiens enige zonde ‘saaiheid’ is. Maar de laatste maanden vindt Timmy het nodig om uit zijn eigen schaduw te treden met hoogst irritant gedrag. Alsof hij besmet is door zijn vermoeiend verbeten coach, schiet hij bij elke overtreding van de tegenstander op kinderachtige wijze uit zijn krammen en belaagt hij de scheidsrechter met opengesperde bek. Zo vond hij het na de overduidelijke overtreding van Cyriac op Butelle vorige zaterdag nodig om brullend met zijn armen te molenwieken.

De Brugse kapitein zou veel meer respect oogsten als hij tot het einde van zijn kleurloze loopbaan zou volharden in zijn rustige vastheid. Want hij is een slechte acteur.

De Koperen Kogel