18/02/16 Er moesten er meer zijn als Hein

“Zinderend slot, maar Hein gelooft er niet meer in.”

Dat was de kop op de voorpagina van Het Nieuwsblad deze ochtend. 

Kunt u zich inbeelden dat daar zou staan: ‘… maar Besnik gelooft er niet meer in'? Of Michel, of Marc, of Yannick, of Peter. Ik dacht het niet. Hein is een fenomeen. En dus mag iedereen hem bij zijn voornaam noemen.

Ik vind dat terecht, dat Hein een fenomeen is.

Na het laatste fluitsignaal houd ik het tv-kijken doorgaans voor bekeken. Geen zin in voorspelbare reacties van spelers die liever willen douchen en al helemaal niet in de gemoedelijke ons-kent-ons-praatjes onder leiding van Tom-met-de-modieuze-handschoentjes-en-de-bontkraag. Maar gisteravond heb ik dat alles getrotseerd. Omdat ik wachtte op Hein.

Hein is een lust voor het oor. Goed ter taal, slim, sluw zelfs, want op het moment dat hij zijn woorden uitspreekt, geniet hij al van wat ze gaan teweegbrengen. Vandaar die eeuwige subtiele glimlach op zijn gelaat - wat een contrast met norse Besnik en paranoïde Michel. Dat wil echter niet zeggen dat hij altijd gelijk heeft. Zo vond ik dat de man in het zwart gisteren net te snél overtredingen floot, en naar mijn gevoel zelfs iets vaker onterecht in het nadeel van AA Gent. Maar - en ook dat siert Hein - hij voegde daar met klem aan toe dat de scheids geen schuld trof. Het waren zijn spelers die het hadden laten afweten. Streng, dat is Hein ook.

Over zijn spelers had hij wel gelijk. In tegenstelling tot Aad de Mos, die er zoals steeds van overtuigd leek dat dit met hem als coach nooit was gebeurd, denk ik niet dat de code van AA Gent definitief is gekraakt. De code werkt nog steeds, op voorwaarde dat elke individuele speler aan 100% of meer presteert. Zo niet, dan komt de ware zwakte van deze Buffalo’s aan de oppervlakte: dat dit op papier allesbehalve een topploeg is.

Mitrovic brak niet door bij Benfica, Neto was niet goed genoeg voor Sporting Lissabon. Nielsen speelde één wedstrijd voor Denemarken, Milicevic nog geen enkele voor Zwitserland, Asare - wat mij betreft de meest onderschatte speler van de Buffalo’s - is vijfvoudig Ghanees international. En als Moses Simon écht zo goed is, waarom moest Gent hem dan gaan zoeken in Slovakije? Sels, Foket, Dejaegere, Depoitre en zelfs Kums speelden nooit eerder op dit niveau. 

Had iemand anderhalf jaar geleden voorspeld dat deze kern landskampioen zou worden en de achtste finales van de Champions League zou bereiken, dan had ik, en met mij elke échte kenner, dat afgedaan als een… indianenverhaal. En omgekeerd: was AA Gent vorig seizoen derde of vierde geworden, dan had daar geen haan naar gekraaid. Maar Hein heeft het gedaan.  

Nochtans heb ik het belang van trainers altijd onderschat. ‘Geef Guardiola een elftal pottenstampers en dan klappen we nog eens’ - dat soort cafépraat. Niet dat ik Kums en co tot pottenstampers wil degraderen, maar Hein heeft het afgelopen jaar mijn ongelijk bewezen. Hij en niemand anders heeft het aanwezige basistalent, altijd een voorwaarde, op tactisch en mentaal vlak zodanig omhooggestuwd dat elk individu het maximum uit zijn capaciteiten heeft gehaald. 

Zo’n exploot lukt alleen als je de juiste mix hebt van intelligentie, ervaring, autoriteit, humor en… uitstraling. Denk ook aan Eric Gerets met het Lierse van 1997. Jammer genoeg ontbreekt het nogal wat hedendaagse Belgische trainers aan minstens één van die eigenschappen - u mag zelf raden dewelke. Laat ons zeggen dat ikzelf niet bijzonder begeesterd zou worden door the likes of Emilio Ferrera, Glen De Boeck, Harm van Veldhoven, Johan Walem of Jacky Matthijssen. Wat had ik graag voor Hein gespeeld. 

Dat klinkt utopischer dan het is. Ik was miniem bij White Star Lauwe toen mijn broer, een ‘kadet’, door hem gecoacht werd. Toen was Hein - wij mochten al ‘Hein’ zeggen - voor veel vrouwen ook nog een lust voor het oog: brede borstkas, lange blonde krullen, als kwam hij recht uit het decor van The Bold and the Beautiful. Ook op mij, als elfjarige snotneus, maakte hij indruk. Nog voor ik wist wat het woord ‘charisma’ betekende, werd ik eraan blootgesteld. Helaas, het volgende seizoen trok Hein naar Harelbeke om zijn profcarrière nieuw leven in te blazen. Met succes. 

Dus ja, ik ben bevooroordeeld. Maar te midden van al die andere voortdurend heropgeviste en overschatte ex-voetballers, is en blijft hij een verademing binnen het trainerskorps. Er zouden er meer moeten zijn als Hein.

De Koperen Kogel