27/11/15 Toen Admira Wacker me nog wakker hield

Er zijn zo van die momenten dat ik word verteerd door existentiële twijfels. Dan vraag ik me af of ik de eerste zesendertig en een half jaar van mijn leven wel voldoende zinvol heb ingevuld. Of ik mijn vrije tijd niet beter had kunnen besteden aan het lezen van maatschappelijk relevante boeken of artikels, aan sociaal geïnspireerd vrijwilligerswerk of - na mijn achttiende - aan actieve sportbeoefening, in plaats van de passieve sportbeleving die me al decennia in de ban houdt.

Gisteravond was zo’n moment. 

Nadat een veldrit in Koksijde me in extase had gebracht en me de schoonheid van sport had doen bezingen, wilde ik het ijzer smeden terwijl het heet was. Ik hoopte de zondagse climax te verlengen met een weekje vol ouderwetse Europeesvoetbalavondjes. 

Helaas. Eens te meer kwam ik tot de vaststelling dat de hedendaagse geldgraaiende formules alle charme uit die avondjes hebben gezogen. Tenminste voor een (al bij al toch vrij) neutrale voetballiefhebber als ik, die elke Belgische ploeg een overwinning gunt op het internationale toneel.

Wat de Champions League betreft, ben ik nog net bereid om de groepsfase als een noodzakelijk kwaad te aanvaarden. De financiële kloof tussen het kaf en het koren is zo groot geworden dat het poulesysteem voor Belgische clubs wellicht de enige manier is om nog eens oog in oog te staan met grootheden als Barcelona, Juventus of Chelsea. Tenminste, als de loting - qua affiches - mee zit. Of als de loting op dat vlak tegenzit, zoals voor AA Gent, dat dankzij confrontaties met (net-)niet-topclubs Valencia en Lyon nog steeds uitzicht heeft op de tweede plaats en een meer aantrekkelijke affiche na de winterstop.

Maar waren we collectief niet veel meer uit ons dak gegaan als AA Gent in een ouderwets systeem Lyon had uitgeschakeld (1-1 en 1-2) én daarna Valencia (2-1 uit en 1-0 thuis), om dan in de derde ronde met 2-1 te verliezen in Sint-Petersburg en genoeg te hebben aan een 1-0-thuiszege om te overwinteren? Het uiteindelijke resultaat is in het huidige systeem hetzelfde (ook nu heeft Gent genoeg aan 1-0), maar voetbal was de voorbije weken meer emotie en minder wiskunde geweest. Is het bijvoorbeeld geen zonde dat Valencia nog over Gent kan wippen? Dat kun je ook spannend noemen, maar geef mij maar drie afzonderlijke confrontaties erop of eronder, dan het belang van regelmaat.

De Europa League bakt het op dat gebied helemaal bruin. Club Brugge is afgegaan in Napels en thuis tegen Midtjylland, was maar nipt beter dan Legia Warschau (1-1 en 1-0) en verloor gisteren van Napoli B. En toch heeft het zijn lot nog in eigen handen. Net dat soort mathematische wetmatigheden, mede veroorzaakt door wat andere teams presteren in hun onderlinge duels, ondergraaft de hele filosofie van een ‘bekercompetitie’, waarin je de kwalificatie of de uitschakeling alleen maar aan jezelf te danken of te wijten hebt.

Ik kan me inbeelden dat de Brugse en Anderlechtse fans er niet rouwig om zijn dat wanneer hun schepen in de eerste vier wedstrijden zinken, er nog steeds geen man overboord is. Maar net dat zorgt ervoor dat ik - als neutrale voetballiefhebber - maar half zo warm meer loop voor herfstconfrontaties van Belgische clubs tegen obscure Oostblokkers, gekke Denen, Italiaanse reserveteams of zelfverklaarde topclubs als Tottenham en Monaco. 

Tijd dus om nog eens een nostalgische zaag te spannen. In 1987-1988, toen ik nog niet eens fan was, zat ik op het puntje van mijn stoel toen KV Mechelen tegen klinkende namen als Dinamo Boekarest, Saint Mirren, Dinamo Minsk of Atalanta Bergamo speelde. En in 1992-1993 wilde ik geen minuut missen van Antwerp-FC Godbetert Glenavon, de eerste stap richting Wembley in 1992-1993. De Great Old had na een dramatische prestatie zowaar strafschoppen nodig om die nietige Noord-Ieren te verslaan. Daarna kropen Czernia en co ook nog door het oog van de naald tegen Admira Wacker Wien, na een 2-4-zege in Oostenrijk en een 3-4-nederlaag na verlengingen op de Bosuil. 

De tegenstanders werden doorgaans gradueel lastiger. Lag een club er in de eerste twee ronden uit, dan werd er eens goed gevloekt of gehoond. Stootte een ploeg verder door, dan wakkerde de hoop op een stunt het vuur in mijn liefhebbershart aan. Bijna elke wedstrijd was een dubbeltje op zijn kant, kwalificatie en uitschakeling lagen samen op de loer, er was geen sprake van versagen of rekenen. In die context werd zelfs de slechtste match relevant, spannend en niet zelden het herinneren waard. 

Gisteravond viel de saaiheid van voetbal me plots als een biljarttafel op het hoofd. Alsof er 22 Timmy Simonsen op het veld stonden. Als een niet-Club-fan zich over twintig jaar nog de nipte 0-1-nederlaag tegen Napoli voor de geest kan halen, dan zal dat zijn door de afwezigheid van supporters. Een overbodige match werd zo nog ziellozer. Een verzachtende omstandigheid die mijn ergernis over het poulesysteem alleen maar kracht bijzet: zonder emotie betekent voetbal niets.

De Koperen Kogel