23/11/15 De ontroerende schoonheid van een moddergevecht

Wat heb ik zaterdagavond gebaald. 

Op een bijeenkomst van de beste zaalvoetbalploeg van Kasterlee werd ik overstelpt met reacties op de fantastische eerste-zege-sinds-meer-dan-een-jaar van de Winterkoning, in Hasselt. Bij sommigen waren er zelfs tranen in en uit de ogen aan te pas gekomen. Maar net zoals coach Paul Van Den Bosch net die ene namiddag niet langs het parcours stond om zijn poulain aan te moedigen, zat ik net die ene namiddag niet voor de tv.

Nee, zo mag ik het niet stellen. Het is niet zo dat het veldrijden me elke week aan de buis kluistert, laat staan dat ik er mijn weekendplanning op afstel. Daarvoor ligt de frequentie van de wedstrijden te hoog en is mijn huwelijk me te dierbaar. 

Bovendien - op een dag als vandaag mag ik me wel op glad ijs begeven - sluimeren er in de achterkant van mijn achterhoofd heel heel heel soms nog restanten van het cyclocross-scepticisme waar ik me tot voor enkele jaren nog schuldig aan durfde te maken. 

Dat buiten Vlaanderen niemand wakker ligt van veldrijden, bijvoorbeeld, en dat het minder opwindend is als je op voorhand 80% zeker bent dat een Vlaming gaat winnen. Terechte repliek van de liefhebbers: ‘Wat dan gezegd van de Nederlandse aandacht voor schaatsen, of de Jamaicaanse en Keniaanse suprematie in de sprint- en langeafstandsnummers?’

Elke week vechten dezelfde drie of vier namen om de overwinning, klinkt het ook weleens. Maar ook die bal is snel teruggekaatst: de laatste tien jaar zijn 34 van de 40 grandslamtoernooien gewonnen door Djokovic, Nadal of Federer. 

Toch kunnen tennisfans zeven keer in twee weken een uren durende wedstrijd uitzitten die door dezelfde man wordt gewonnen. Dat is nu eenmaal de essentie van sportliefhebberij: genieten van de schoonheid van het spel, die door de hoofdrolspelers soms tot het niveau van gekir en kippenvel wordt opgetild.

Gisteren heb ik om precies die reden ook gekird en gekippenveld. In mijn zetel gezeten onderging ik met graagte hoe de Winterkoning en zijn Kroonprins de laatste stuiptrekkingen van mijn scepticisme de kop indrukten. 

Het man-tegen-man-gevecht in Koksijde toonde aan wat die mannen in hemelsnaam bezielt om in de regen en de kou door het zand en de modder te ploeteren - nog zo’n klassieke kanttekening. Wat hen (en de supporters) bezielt, is de liefde voor de o zo complexe discipline die het veldrijden is. Behalve op een bewonderenswaardige fysieke uitputtingsslag, draaide de cross in Koksijde uit op een beklijvend duel van technisch meesterschap (wie rijdt het langst en het verst een mulle bult op?) en tactisch doorzicht (waar en wanneer opschuiven of toeslaan?). Meer dan twee protagonisten die dit alles tot in de kuiten beheersen, heb je dan niet nodig om zelfs de neutraalste toeschouwer in vervoering te brengen. 

Dat de herrezen Winterkoning, door een nieuwe liefde gedopeerd, heeft bewezen dat hij zijn troon niet zonder slag of stoot aan zijn Kroonprins wil afstaan, maakte de finale nog dramatischer, heroïscher, epischer. En mij veel lyrischer dan ik gewoon ben. Koksijde 2015 staat voor eeuwig in het sportief-emotionele archief van mijn memorie gebeiteld.

De Koperen Kogel