26/10/15 Een loodzware erfenis

We schrijven - nu ja, ik schrijf - 2004. Op de onlineredactie van Sporza wordt na het WK veldrijden in Pontchâteau meewarig gedaan over Sven Nys. Na een felle start was hij op zijn limieten gebotst en voortijdig naar zijn mobilhome gereden. Zou supertalent Nys ooit wereldkampioen bij de profs worden? We vreesden van niet. Mentaal te onstabiel, zo luidde het oordeel bijna unaniem.

Het volgende seizoen, op diezelfde redactie. Het was een ongeschreven wet dat wij in onze berichtgeving zo objectief mogelijke taal moesten hanteren. Feiten beschrijven, geen emoties. Met woorden als ‘fantastisch’ of ‘indrukwekkend’ moest bijzonder spaarzaam worden omgesprongen, als ze al geen taboe waren. De verbazing was dan ook groot toen op een dag de volgende titel op ‘de 400’ van Teletekst verscheen: ‘Alweer prijs voor superatleet Nys.’ Die verbazing werd alleen maar groter toen we ontdekten dat onze hoofdredacteur, de vurigste verdediger van neutraliteit, verantwoordelijk was voor deze uiterst ongewone uiting van bewondering. ‘Niet zeveren, hé, mannekes,’ verweerde hij zich, ‘dit is toch gewoon objectief vast te stellen?’

Die hoofdredacteur zag toen al wat de rest van de wereld - of toch zeker Vlaanderen en omstreken - het volgende decennium zou moeten erkennen: dat Sven Nys een metamorfose had ondergaan. Niemand zou kunnen wedijveren met zijn professionaliteit en bijgevolg zijn palmares. Het begon in 2004-2005 met de eindzege in de drie grote klassementen, de Belgische titel én - eindelijk! - de regenboogtrui. En die hegemonie zou tien jaar blijven duren. Met tussendoor ook nog een negende plaats op de Olympische Spelen. Als kersvers mountainbiker.

25 oktober 2015, Zonhoven. De parking voor de renners heeft veel weg van het rondreizende Tourdorp. Het veldrijden is uit zijn voegen gebarsten, en de mobilhome van Sven Nys is een uit de kluiten gewassen camper met Amerikaanse allures geworden. Nergens troept zoveel volk samen als daar, wringend en drommend om het beste kiekje te schieten als de deur opengaat en hun idool naar buiten komt. Ondanks zijn tegenvallende vorige seizoen heeft Nys nog niets aan populariteit ingeboet. ‘Vanaf volgend jaar is dat hier allemaal een pakske minder’, mompelt een journalist cynisch. De cross is Sven Nys en Sven Nys is de cross, is wat hij eigenlijk zegt.

En Wout Van Aert dan, denk ik. Die heeft toch ook het charisma om een massa volk op de been te brengen? En talent, zo blijkt een halfuur later, wanneer hij op indrukwekkende wijze naar zijn zevende zege van het seizoen rijdt. Het publiek lust hem wel, zoveel is duidelijk. Het gejuich stijgt op bij elke passage. Daarna valt een stilte, op het gebrul en gebral van een aantal beschonken Rob Peeters-fans na. Diens plotse topvorm is niet bepaald bevorderlijk voor hun helderheid van geest. 

Dan zwelt in de verte het volume aan en deint het gejoel steeds dichterbij. Niet voor Van der Haar, niet voor Pauwels, maar voor die ene man die dit jaar nog niets won en ook dit keer nog te ver zat toen Van Aert aanging. Hij is bezig aan zijn allerlaatste seizoen, voor de eerste keer ooit als underdog, maar de sympathie is ronde na ronde zichtbaar, hoorbaar, voelbaar. Van Aert mag de fakkel der suprematie dan wel hebben overgenomen, vriend en vijand rekenen op de oude held om het vuur van de wedstrijd aan te wakkeren. De cross is Sven Nys en Sven Nys is de cross, is eigenlijk wat ze denken.

De Kannibaal lijkt minder hongerig dan vroeger. Stoïcijns ondergaat hij het wedstrijdverloop. Maar dat is slechts schijn. Anoniem vijfde eindigen is niets voor hem. Dus terwijl Van Aert onbedreigd naar de finish bolt, trakteert Nys het publiek op spektakel. Als enige klimt hij al rijdend uit de put, helemaal tot boven. Vanuit de diepte stijgt een gonzende wolk van bewondering omhoog die zich met behulp van de reuzenschermen verspreidt over het hele parcours. Het spel zit op de wagen. 

Pauwels schrikt zo hard dat hij zijn bril bijna verliest. Van der Haar schrikt zo hard dat hij in het zand tuimelt. En Peeters schrikt omdat hij toch nog zal moeten knokken voor zijn tweede plaats. Een leegloper stremt de opmars van Nys, hij wordt vierde. 

‘Alweer taart voor superatleet Van Aert’ was een meer dan terechte titel geweest, maar aan de Zonhovense togen wordt de finale van Nys minstens even druk besproken. 'Als er volgende week slijk ligt, zal Nys er dicht bij zijn op de Koppenberg.’ Er wacht Van Aert een taai duel. En een loodzware erfenis. 

De Koperen Kogel