28/09/15 Jean-Marie versus Zlatan

Zondagmiddag, zo rond de noen. 

Naar aanleiding van een WK wielrennen dat hopelijk de wissel van de wacht definitief zal bevestigen, vindt de VRT er niets beters op dan Patrick Lefevere en Johan Museeuw uit te nodigen in De Zevende Dag. De tweede is een van de vele wereldkampioenen die het team van de eerste heeft voortgebracht. Een terugblik naar hun roemruchte verleden kan dan ook niet uitblijven. 

We zien hoe Museeuw, met een verzet waarmee Chris Froome gewoonweg zou omvallen, demarreert op een helling in Lugano, tijdens het WK van 1996. En hoe hij daarna een zekere Mauro - 'mijn palmares bestrijkt eigenlijk maar twee seizoenen' - Gianetti het nakijken geeft in de sprint.

Wat volgt is een obligaat en overbodig gesprek van een tiental minuten over de wedstrijd in Richmond, waarin Museeuw als vanouds op geen enkele vraag écht antwoordt. Ik vraag me af of hij de vragen niet begrijpt dan wel bewust zijn eigen kant noch wal rakende verhaal wil vertellen, en ik kom tot het inzicht dat Museeuw zo’n beetje de Jean-Marie Pfaff van het wielrennen is. Twee verschillen: de krulletjes van Museeuw zijn iets minder indrukwekkend, en Pfaff heeft geen motorongeval gehad dat hij als excuus inroept voor de mentale bokkensprongen die hij maakt.

Na de brave studieronde acht Ruben Van Gucht, naar ik hoop het journalistieke gezicht van de wissel van de wacht, het moment rijp om terug te blikken naar de minder roemrijke kant van dat verleden. Naar de val van de Leeuw van Vlaanderen en vooral de Pontius Pilatus-houding van zijn toenmalige manager. Nu heb ik Lefevere nooit gemogen, en dat heeft eerlijk waar níéts te maken met het feit dat hij in 1990 carrément weigerde me een drinkbus te geven, hoewel zijn volgauto ermee volgestouwd lag. Ik hou gewoon niet van de bullebakachtige manier waarmee de man elke vorm van kritiek onder de mat probeert te schuiven. Nu ja, mocht ik - in tegenstelling tot bijvoorbeeld Gianetti en tal van andere ploegleiders/managers uit die duistere jaren - onbedreigd op mijn troon blijven zitten, ik zou mezelf misschien ook een Romeinse keizer wanen.

Wanneer Van Gucht een dappere poging onderneemt om het enige stinkende potje in wielerland dat al vijftien jaar angstvallig wordt dichtgehouden minstens wat losser te draaien, bromt Lefevere: ‘Dat is elf jaar geleden, waar zijn jullie mee bezig?’ 

‘Die beelden van Museeuw in Lugano zijn al negentien jaar geleden, Patrick. Maar je had er niks op tegen dat we die nog eens lieten zien.’ Benieuwd hoe Lefevere op die repliek had gereageerd, maar het siert Van Gucht dat ook hij zich niet zomaar laat afschepen. Hij laat een bericht zien van Dante Van Hooydonck (verspreid door zijn neef en belofte Nathan) waarin die het martelaarschap van Museeuw op de korrel neemt en zijn vader - de mooiste Koperen Kogel ooit in het peloton - tot enige echte Leeuw van Vlaanderen uitroept. De reactie van Museeuw, over Nathan: ‘Die jongen heeft nog niets bewezen.’

Zondagavond, zo rond 21u30. Peter Sagan - de Zlatan van het wielrennen - antwoordt ook niet echt op de vragen, maar zijn mentale bokkensprongen toveren wel een glimlach op ieders gezicht. En vooral: hij praat niet in de derde persoon over zichzelf en noemt zichzelf al helemaal geen kampioen (ook al is hij dat net geworden). Nee, hij denkt aan anderen. En hoopt dat we de wereld kunnen genezen dankzij de verbindende rol van sport. Amen.

De Koperen Kogel