21/09/15 Sommige spitsen zijn klootzakken

Aan elk verhaal zijn twee kanten. Ook aan het droevige verhaal dat Diego Costa (Chelsea) en Gabriel Paulista (Arsenal) vorige zaterdag lieten bewonderen. 

De ene kant is dat Gabriel een opvliegend baasje is, dat ook niet vies is van een stukje amateurtoneel. Enkele seizoenen geleden, als verdediger van Villarreal, ging hij zelf theatraal neer toen Diego Costa - toen nog bij Atletico Madrid - hem een elleboogje verkocht. Met de nadruk op -je. Blijkt dus dat beide heren nog een rekening hadden openstaan.

Dat elleboogje van Costa indertijd is natuurlijk niet goed te praten, maar de vraag is ook: waarom doet hij dat? Ik sluit niet uit dat de (figuurlijk) arme man al de hele wedstrijd werd gejend en gepord en geschopt, buiten het zicht van de scheidsrechter. Het is een cliché, maar dat is daadwerkelijk het lot van veel aanvallers. 

Als voormalig spits van de jeugd van Koninklijke White Star Club Lauwe kan ik ervan meepraten. Tegen opponenten als pakweg Torhout en Zwevegem onderhield ik meestal een opperbeste verstandhouding met mijn directe tegenstander, niet zelden sloegen we zelfs een babbeltje met elkaar, over koetjes en kalfjes, vorige wedstrijden of de prestatie van de scheidsrechter. Dat ik mijn tegenstander op die manier uit zijn concentratie haalde, om me vervolgens aan zijn gezichtsveld te onttrekken, de buitenspelval te omzeilen en alleen op doel af te stevenen, was een gunstige nevenwerking, maar daar was het me an sich nooit om te doen.

Helemaal anders verliep het als we tegen de zogenaamde ‘grote’ West-Vlaamse clubs moesten spelen. Ik herinner me kleerkasten uit Oostende, Brugge (vooral Club), Roeselare (vooral SK) en Harelbeke die er, ter compensatie van hun gebrek aan wendbaarheid, genoegen in schepten me voortdurend ‘goudvis’, ‘zwaailicht’, ‘vuurtoren’ of - mijn persoonlijke favoriet - ‘roste paprika’ te noemen. Eén verdediger van Club Brugge presteerde het zelfs om bij het verlaten van het veld een zelfgemaakte compositie te berde te brengen, getiteld: ‘Rosten, mè jon dikke borsten’. Zijn ploegmaats proestten het uit, eraan voorbijgaand dat er niet eens sprake was van een geslaagd rijm. Bovendien had ik toen nog geen borsten, dat zweer ik u.

Maar - en zo kom ik bij de andere kant van het verhaal - niet één keer heb ik me laten verleiden tot een vergeldingsactie. Ik probeerde met de voeten of de kop te antwoorden, ook al was dat tegen ploegen als Oostende en Club Brugge niet evident. Niet dat ik me voor het overige ook maar zou durven te vergelijken met Diego Costa, maar op menselijk vlak heeft de Braziliaanse Spanjaard me dit weekend braakneigingen bezorgd.

Diego Costa is het levende bewijs dat ook aanvallers klootzakken kunnen zijn. Er mag voor mijn part ietwat met handen en armen bewogen worden om de tegenstander op afstand te houden, maar de manier waarop hij Laurent Koscielny herhaaldelijk de ogen uit de kassen probeerde te meppen, was al donkerrood waard. Ongeacht de provocaties van Koscielny die daar eventueel - eventueel! - aan voorafgegaan waren. Maar na de vurige tussenkomst van Gabriel, haalde Costa pas echt alle wapens uit zijn ‘arsenaal’ om de verdediger van de Gunners in de nek te schieten. Een treiterend klopje op Gabriels rug en vervolgens, wanneer die laatste achterwaarts zijn positie gaat innemen, zo dicht achter hem aan blijven lopen tot hij op Costa’s tenen stapt. En dan moord en brand schreeuwen en als een uit de kluiten gewassen kleuter vragen aan de ref of ‘hij dat gezien heeft’. 

En Ivanovic maar applaudisseren wanneer Gabriel rood krijgt. En de fans van Chelsea maar ‘Diego, Diego’ scanderen. En Mourinho na de match maar verklaren dat ‘Diego deze wedstrijd gespeeld heeft zoals je dit soort wedstrijden hoort te spelen'. Hij doelde daarmee wellicht ook op de gele kaart die Costa eerder in de wedstrijd al had gevraagd (en gekregen) voor Arsenal-speler Coquelin. 

Voor haat is geen plaats in het voetbal, maar de gevoelens die Chelsea bij mij oproept - die rijke Rus, die pretentieuze Portugees, die aansteller in de spits - komen toch aardig in de buurt. Laat het mij op walging houden.

De Koperen Kogel