17/07/15 Greg, de laatste der karakterkoppen

Greg Van Avermaet. Een renner uit de oude doos, van februari tot oktober op alle terreinen in de weer, en steevast een garantie op dramatische finales, waarin hij zo vaak aan het kortste eind trekt dat het woord ‚antiheld’ soms - en de vergelijking met Leif Hoste heel soms - in me opkomt. Want of hij nu woekert met zijn krachten of een tegennatuurlijke poging onderneemt om berekend te rijden, in 95% van de gevallen blijkt een rivaal hem te snel of te slim af. Tot vandaag. Als zowat de hele wielerwereld Tony Martin de gele trui gunde, dan geldt dat zeker voor de felbevochten etappezege die Van Avermaet in Rodez behaalde. Alleen de heer Tinkov zal een Russische vloek niet hebben kunnen onderdrukken, want Peter Sagan heeft pas echt met een imago van eeuwige tweede of derde te kampen.

Die oude doos slaat niet alleen op Van Avermaets polyvalentie, maar ook op zijn - vergeef me de woordkeuze - bakkes. Getaande huid, donkere haren, ietwat verwilderde blik, een tandenrij die elke grimas of grijns, afhankelijk van de uitkomst van de wedstrijd, extra glans geeft: trek een reserveband om zijn schouders, hijs hem in een wollen truitje en neem er een zwart-witfoto van, en Greg Van Avermaet had evengoed uit de jaren stillekens van het wielrennen kunnen stammen. Toen doorgroefde tronies en borstelige wenkbrauwen nog deden vermoeden dat wielrenners al een leven of drie achter de rug hadden wanneer ze de Ronde van Frankrijk aflegden - toen nog bijna letterlijk.

Telkens als mij oude foto’s van La Grande Boucle onder ogen komen, verdenk ik de toenmalige organisatie ervan dat ze de deelnemers rechtstreeks van het veld of uit de mijn plukte om ze in te zetten ter vertier van de Franse goegemeente. Het ene moment aardappelen aan het oogsten of steenkool aan het kappen, het volgende op een stalen ros cols aan het bedwingen op onverharde wegen (en in geval van regen aan het schuilen in door beren bevolkte grotten). 

En dan heb ik het niet alleen over de obscure jaren voor de beide wereldoorlogen, toen de Tour inderdaad werd betwist door schoorsteenvegers, scharensliepen en andere stielmannen met zin voor avontuur. Ook Gino Bartali en Fausto Coppi hadden tijdens hun heroïsche duels meer weg van ouwe knarren die mijn grootvader hadden kunnen zijn - in werkelijkheid waren ze ongeveer even oud als ik nu. Idem dito voor Louison Bobet, Jacques Anquetil of Felice Gimondi, die dan wel de Brylcreem ontdekt hadden, maar niettemin op de (pre)pensioengerechtigde leeftijd leken af te stevenen. Om nog te zwijgen van Raymond Poulidor, die zelfs pedalerend reeds de uitstraling van een koddige opa had.

Natuurlijk wordt mijn perceptie vervormd door de stoffige wegen, de onmenselijk lange etappes, de prehistorische omkadering van de renners, de heersende trends in het coiffeurswezen en uiteraard de zwart-witfotografie. Met alleen grijswaarden lijk je sneller een grijsaard, dat spreekt. Maar naar mijn gevoel zijn de doorleefde karakterkoppen alsmaar dunner gezaaid in het peloton. Wie een reukorgaan heeft zo bochtig als een bergpas - Carlo Bomans, om iemand te noemen - schreeuwt nog steeds om een karikatuur, en een vleesklak verdubbelt automatisch je werkelijke leeftijd. Denk Marco Pantani of - nog beter - Massimo Ghirotto. Die was net 27 toen hij in 1988 op hoogst originele wijze zijn eerste Touretappe won, maar hij zag er 54 uit, toevallig zijn huidige leeftijd. (Klik hier voor de beelden van deze hallucinante slotkilometer.) 

Akkoord, recenter leken renners als Paolo Bettini en Bauke Mollema, de Paula Radcliffe van het wielrennen, rechtstreeks uit een Tourcartoon van Marc Sleen te zijn geknipt, maar ik kan me niet van de indruk ontdoen dat het peloton er elke generatie een generatie jonger uitziet. Het resultaat is een overaanbod aan babyfaces, met als toppunt - of moet ik zeggen dieptepunt? - Christopher Froome. Telkens als ik hem op het podium zie verschijnen, zie ik mezelf weer aan de zijde van mijn vrouw zitten, bij de gynaecoloog, starend naar een echografie van wat zich in haar buik bevindt: een embryo, zo teer, zo kwetsbaar, zo doorzichtig dat je de adertjes en het hartje ziet pompen. Een fietsende foetus, dat is Froome voor mij. Met een BMI die navenant is. Geef me dan maar Greg, de bonkige bink.

De Koperen Kogel