08/07/15 Voorzichtig in de bochten, Jan!

Raymond Domenech, bondscoach van Les Bleus, werd in 2008 de risee van het internationale trainersgild door David Trezeguet niet in zijn EK-selectie op te nemen. Reden: Trezeguet is een weegschaal en - disait Domenech - ‘weegschalen zorgen voor onrust in de ploeg’. Akkoord, de spits miste in de WK-finale twee jaar eerder de laatste Franse strafschop, maar ik dacht net dat een weegschaal voor evenwicht zorgde? (Mijn eigen weegschaal buiten beschouwing gelaten, want die is nefast voor mijn mentale evenwicht.)

Voor de start van de huidige Ronde van Frankrijk kwam een ander staaltje van absurd Frans bijgeloof mij ter ore. Romain Bardet, Frankrijks zoveelste hoop in bange Tourdagen, rijdt niet met het rugnummer 13 rond, zoals de alfabetische volgorde zou doen vermoeden, maar met rugnummer 12. Niet omdat Bardet zelf daarop aandrong, maar omdat Vincent Lavenu, ploegleider bij AG2r, het lot niet wilde tarten door zijn tweede kopman (na Péraud) met het onheilscijfer op te zadelen. Nee, dan gaf hij de 13 veel liever aan Jan Bakelants. Wat voor een signaal is dat? Alsof die petit Belge wel een portie pech over zich heen mag krijgen! Ze moesten die ploegleider l’avenue uit sturen. (sourire)

Het moge duidelijk zijn dat ik zelf niet in die onzin geloof, maar sta me toch toe even terug te keren naar de Tour van 1989. 

In de straten van Blagnac stevent ene Rudy Dhaenens op de grootste zege in zijn carrière af. De Belg die voor PDM rijdt - Ploeg met Doperende Middelen, zo zou blijken na een collectieve ‘voedselvergiftiging’ in de Tour van 1991 - is geen veelwinnaar. Naast een drietal kleine zeges werd hij in 1985 tweede in een doorregende Hel van het Noorden, achter een ontketende Eric Vanderaerden.

Met nog minder dan een kilometer te gaan stort Dhaenens zich in een bocht… die eeuwig lijkt te blijven duren. Hij misrekent zich en kwakt tegen het asfalt. Wanhopig schuivend op zijn wielerschoentjes probeert hij nog recht te krabbelen, maar het peloton is hem dan al lang voorbij gezoefd. Terwijl Dhaenens balend en huilend op zijn zadel klopt, sprint Mathieu Hermans naar de enige Tourritzege in zijn loopbaan.

Dhaenens droeg die bewuste Tour het rugnummer 13. En hoewel hij een dik jaar later verrassend wereldkampioen zou worden (met het rugnummer 15), zou het noodlot hem na zijn loopbaan snel te pakken krijgen. Dhaenens kwam in 1998 veel te jong om het leven in een auto-ongeluk. Hij was net geen 37.

Toeval natuurlijk. Er is geen oorzakelijk verband tussen rugnummers en (on)geluk. Dat heeft Jan Bakelants trouwens zelf al meermaals bewezen. In de Vuelta van 2010 maakte hij deel uit van een omvangrijke kopgroep toen hij in volle finale ten val kwam. Zijn rugnummer: 121. Het volgende seizoen sloeg hij in de Giro, samen met Linus Gerdemann, een gaatje tijdens een afdaling richting L’Aquila. Tot hij op 1,8 kilometer van de finish weggleed in een spekgladde haarspeldbocht. De gelijkenis met Dhaenens in 1989 was treffend, maar zijn rugnummer was 142.

De nochtans nuchtere Kempenzoon Bakelants heeft zijn rugnummer al ondersteboven gedraaid, maar ik mag hopen dat die bijgelovige nonsens hem geen parten speelt. Dat hij tijdens deze Tour niet aan Rudy Dhaenens denkt, maar aan de alomtegenwoordigheid van de Belgen tijdens die rit naar Blagnac in 1989. Die dag zaten met Michel Vermote en Herman Frison twee landgenoten in de ontsnapping van de dag. Zij werden bij de lurven gevat onder impuls van Ludo Peeters, wegkapitein van Mathieu Hermans’ ploeg Paternina. En Dhaenens sprong uiteindelijk weg uit een ander ontsnapt groepje met ook nog Eddy Planckaert.

Laten we duimen dat ook Jan Bakelants zich mag laten zien in deze Tour. Want o ironie, Bardet - zonder nummer 13 dus - verloor in de tijdrit al ruim anderhalve minuut en miste ook in Zeeland de trein. Zonder het harde labeur van Bakelants had hij daar én op de Noord-Franse kasseien zelfs nog meer tijd verloren. Dus Jan, ga je eigen kans en win nog eens een rit. Zoals in tweeduizend...13!  

De Koperen Kogel