05/07/15 Verdwaalde Braziliaan, zoevende Brit, tandeloze Belg

Aaaah, le Tour de France, die jaarlijkse garantie op zomergevoel. En helaas ook elk jaar meer voer voor nostalgie…

Nostalgie naar de tijd dat ik nog geen centjes hoefde te verdienen en de maand juli naar eigen goeddunken kon invullen. De tijd dat ik mijn onvermoeibare gevoetbal in de wijk - en later mijn vruchteloze fietstochten naar de meisjes van mijn klas - enkele uren ‘on hold’ zette om de finale van élke etappe live voor de buis door te brengen. Weken voordien was ik in mijn reeds half versleten wielergids van het betreffende seizoen aan het aankruisen met welke negen renners ploegen als 7 Eleven, Helvetia en Ariostea naar de Tour zouden trekken. Het waren slechts prognoses, die ik enkele dagen voor de start vol spanning vergeleek met de officiële deelnemerslijst. Ik was klaar voor Le Grand Départ, drie weken Mark Vanlombeek en een occasionele L’Equipe, meegebracht door mijn vader na een winkelsessie in de nabijgelegen Auchan.

21 jaar geleden ging het Grote Circus van start in Rijsel, op een steenworp of drie van mijn woonplaats Rekkem. Drie dagen na elkaar waren mijn vader en ik van de partij. Drie dagen boordevol herinneringen.

Op de ploegenvoorstelling stelde ik ontzet vast dat ene Wanderley Magalhaes Azevedo deel uitmaakte van de Lotto-ploeg. Ik voelde me belachelijk omdat hij niet eens in mijn wielergids vermeld stond! Dat het team op Braziliaanse fietsen reed van het merk Caloi, was de reden van deze ’special guest’. 

 Wat mij die avond wel was ontgaan, was dat de Franse sprinter Frédéric Moncassin van het podium was gevallen en daarbij een dubbele enkelbreuk had opgelopen. ’s Anderendaags las ik ergens dat zijn team WordPerfect - de ploeg-Raas - de Belg Sammie Moreels had opgebeld als vervanger, maar dat die niet thuis gaf, waardoor ene Leon van Bon zijn debuut kon maken. Wat vond ik dat sneu voor die arme Sammie (al weet ik tot op heden niet of die versie van de feiten klopt).

Op zaterdag stond de proloog op het programma. Het werd een historische namiddag. Ik was namelijk getuige van de supersonische snelheid van ene Chris Boardman. Die legde de 7,2 kilometer af in 7 minuten en 49 seconden, goed voor een gemiddelde van 55,152 kilometer per uur! Een record dat standhield tot… gisteren. Rohan Dennis vlamde door Utrecht met een snelheid van 55,446 km/u, en dat over een parcours dat bijna dubbel zo lang was! Straffen toebak, zeker als je weet dat er in 1994 andere normen golden in het peloton. Pjotr Oegroemov werd dat jaar bijvoorbeeld tweede in de Tour. Trouwens, als 187e en op twee na laatste in die proloog, op 1’33” van Boardman, eindigde ene Wanderley Magalhaes.

Tot slot woonden mijn pa en ik op zondag de start bij van de eerste rit in lijn, bij het pas uit de grond gestampte futuristische complex Euralille. In die tijd verscholen de renners zich nog niet in even futuristische bussen tot enkele minuten voor de start, maar baanden ze zich gezapig een weg tussen de massa, die enkel door primitieve nadarafsluitingen en gentiele gendarmes op afstand werd gehouden. Plots dook de Belgische driekleur voor me op en ontsnapte mij instinctief de kreet ‘Wilfried!’. Kersvers Belgisch kampioen Wilfried Nelissen lachte zijn tanden bloot in mijn richting. Mijn dag was geslaagd. De zijne daarentegen...

Nauwelijks zes uur later lag Nelissen tandeloos tegen het asfalt van Armentières. Met dank aan een te gentiele flik die voor een rondborstige supporter met mooie ogen een foto van de aanstormende kudde briesende stieren wilde nemen. Hij werd gespietst door de hoorns van Nelissens guidon. De meest memorabele valpartij in de geschiedenis van de Tour was een feit.

Winnaar die dag? Djamolidin Abdoezjaparov, drie jaar eerder zelf nog vijf meter de lucht in gekatapulteerd op de Champs-Elysées. Wellicht de op één na memorabelste valpartij in de geschiedenis van de Tour.

Dja-mo-li-din Ab-doe-zja-pa-rov. Pu-re nos-tal-gie.

De Koperen Kogel