02/06/15 Wel Kampfschwein, geen √úbermensch

Medelijden is wat ik voelde toen eind vorige week een vrouw op de training van de Rode Duivels verscheen met het tutoyerende bord: ‘Reste avec nous, Willie, s’il te plaît.’ De naïeve trees hoopte vurig dat haar goede vriend zijn dilemma - Rode Duivels of Schalke 04 - goed zou doordenken. 

Tragisch, want volgens het verzamelde journaille is er niet eens sprake van zo'n dilemma. Hoewel de Coach naar goede gewoonte klaar en duidelijk communiceerde (‘Ik bekijk de situatie na de interland tegen Wales’), was de interpretatie aan de andere kant van de microfoons eensluidend: 'Willie heeft al lang beslist, Willie gaat naar Gelsenkirchen.’ Die zekerheid is hen ingegeven via wegen die voor de modale voetbalsupporter ondoorgrondelijk zijn.

Toegegeven, Wilmots deed op de persconferentie inderdaad zijn uiterste best om níét te ontkennen dat hij naar Schalke gaat. En toegegeven, ik lig er eigenlijk niet wakker van. In die mate dat ik op een nogal bijtend stukje over hem zat te broeden. Maar toen ik gisteren zijn interview met Ruben Van Gucht bekeek en beluisterde, werd ik overmand door schuldgevoelens.

Marc Wilmots is namelijk een correcte man, die mits goede afspraken beleefd en doordacht op alle vragen antwoordt. Ooit stond hij ook mij te woord, en hij pakte me probleemloos in met zijn charme en zijn respect voor een nochtans onbetekenende auteur van een boek over Malinwa. Voeg daarbij de vaderlandsliefde die hij op de hele natie heeft overgezet en ik kom tot de conclusie dat ik hem dankbaar moet zijn. Dankbaar omdat ik na 12 jaar WK-droogte nog eens een passionele voetbalzomer heb beleefd.

Dankbaarheid was de voorbije dagen ver te zoeken in de media. Er was niet het minste spoor van ontgoocheling, laat staan verontwaardiging te ontwaren over Wilmots' nakende afscheid. De meeste kranten somden zonder verpinken mogelijke opvolgers op, zonder één regel te wijden aan ’s mans verdiensten. 'Marc Wilmots vertrekt. Tijd voor ander… en beter’, dat was de teneur, ook aan alle togen te lande.

Is iedereen dan vergeten hoe hij de 90% van Leekens verder heeft geperfectioneerd? Hoe de nationale ploeg dankzij zijn peoplemanagement en tactisch briljante wissels niet te onderschatten tegenstanders als Wales, Servië, Schotland, Macedonië en Kroatië heeft verslagen, om vervolgens de kwartfinales van het WK te bereiken, en dat ondanks een niet te onderschatten groep met Algerije, Rusland en Zuid-Korea en een achtste finale tegen de niet te onderschatten Amerikanen van Jürgen Klinsmann - een Duitser, zowaar. Hoe hij de ploeg ondanks de WK-decompressie toch naar de kop van een niet te onderschatten EK-kwalificatiegroep heeft geloodst, mede dankzij zijn oog voor detail? Zonder die extra beenruimte in het vliegtuig was het geleverde spel in Israël immers nog belabberder geweest.

Wilmots kennende, neemt hij nota van dit gebrek aan waardering en zal hij tot na de match in Wales de buitenwereld trotseren met de borst vooruit, een monkellachje en een blik van ‘dat raakt mijn koude kleren niet’. Intouchable.

Wat mij benieuwt, is of achter die façade dan echt geen greintje zelftwijfel schuilt? Zou de kritiek van commentatoren hem echt Bratwurst wezen? Vraagt hij zich soms af of hij met deze veelbelovende groep zijn plafond heeft bereikt? Tobt hij soms over de boutade die stelt dat voormalige aanvallers vaak het tactische inzicht ontberen om toptrainers te worden? 

Afgaand op de manier waarop hij netelige vragen ontwijkt, vrees ik ervoor. Als collega-ex-spits heb ik (ook) bijzonder weinig kaas gegeten van tactiek, maar het belang ervan ondergeschikt maken aan factoren als geluk en stress, lijkt me niet de juiste… tactiek. Evenmin als de eigen WK-prestatie afmeten aan de tegenvallende Spanjaarden of Italianen. Een beetje kwetsbaarheid en zelfkritiek zou hem sieren (en wellicht meer dankbaarheid opleveren). Hij mag dan 'ein Kampfschwein’ geweest zijn, ‘ein Übermensch’ is hij niet.

Natuurlijk beseft het 'strijdvarken' dat hij op het EK alleen maar kan ontgoochelen, maar dat hij dát niet zomaar kan toegeven, wil ik hem nog vergeven. Ik hoop alleen dat hij - voor hij naar zijn tweede Heimat vertrekt - afzwaait met een zege in Wales. Dan kan zijn opvolger met een gerust gemoed de laatste 5 procent voor zijn rekening nemen.

De Koperen Kogel