20/03/15 Leve de tweede garnituur!

Erfelijk is mijn passie voor voetbal niet. Mijn pa heeft voor zover ik weet nooit voor de tv gezeten om de kunstjes van Pelé, Best of Cruijff te bewonderen. Rik Van Looy, dat was zijn Messias. (En dan wil het toeval dat ik uitgerekend naar Herentals ben uitgeweken.)

Is er een medische oorzaak? De voetbalmicrobe woekert zeker in mijn lijf, maar ik betwijfel of de ziekenkas daarin zou tussen­komen.

De échte vraag is wanneer en waarom die microbe me besmet heeft. En het antwoord heeft zich gisteren aan mij geopenbaard.

Ik kwam tot het besef dat de betovering is ingetreden toen de Caje, Kenneth Brylle en Ronny Rosenthal in 1987-1988 tegen Zenit (toen nog Leningrad), Rode Ster Belgrado en Borussia Dortmund op miraculeuze wijze een achterstand ophaalden en de halve finales van de UEFA-cup bereikten. Of toen Eli Ohana datzelfde seizoen de bal op het hoofd schilderde van Piet den Boer, waardoor Malinwa de ter ziele gegane Beker der Bekerwinnaars won. Wat koester ik de avonden dat ik wat langer mocht opblijven, zodat ik getuige mocht zijn van het Mirakel van Vitosha, de uitschakeling van Barcelona door het Anderlechtse trio Degryse-Van der Linden-Nilis en het knotsgekke Antwerp-Spartak Moskou, waarin de Great Old een ticket voor Wembley afdwong. En ’s anderendaags, op de speelplaats, in de huid kruipen van Cisse Severeyns of Alex Czerniatynski…

Daarna was voetbal nooit meer hetzelfde.

Met de intrede van de Champions League begon de heer­schappij van het grote geld. De betrokkenheid van weleer maakte plaats voor voorspelbaarheid: van de 44 te verdelen finaleplaatsen sinds 1993 gingen er 39 (!) naar clubs uit Italië, Spanje, Engeland en Duitsland. 23 keer, net meer dan de helft dus, haalde een van deze clubs de eindstrijd: Milan (6), Bayern (5), Real, Barcelona of Man U (elk 4).

Toegegeven, het niveau schoot samen met de salarissen de hoogte in. Zo konden we ons vergapen aan Los Galácticos (Zidane-Figo-Beckham-de oude Ronaldo) of een haat-liefdeverhouding koesteren met Pippo Inzaghi, CR7 en Arjen Robben. Aan emoties geen gebrek dus. Woensdag bijvoorbeeld nog ging mijn hart sneller slaan van Barça’s eerste helft tegen Man City – historiek, opleiding én veel centen halen het gelukkig nog van alleen veel centen. Maar een slag overslaan? Dat doet mijn voetbalhart nog maar zelden. Daarvoor heeft het overaanbod al te zeer geleid tot verzadiging en immuniteit.

Tot gisteravond dus. Als Club Brugge standhield in de hel van Besiktas, kon het voor het eerst in twintig jaar nog eens de kwartfinales van een Europabeker bereiken. En ik mocht nog eens langer opblijven! 

Alleen: het ging ‘maar’ om de Europa League, en ik was bang dat coach Preud’homme dit kleine broertje van het kampioenenbal lager op zijn prioriteitenlijstje had staan dan de bekerfinale van zondag of de titelstrijd in Play-Off 1. Groot was dan ook mijn jolijt toen ik merkte dat blauw-zwart na de 1-0-achterstand voluit voor de kwalificatie bleef gaan. Het toonde inzet, tactische discipline en technisch vernuft en won alsnog met 1-3.

Was dat een stunt, zoals sommige kranten titelden? Nee, daarvoor was Besiktas al bij al te zwak. En met alle respect, in vergelijking met de Champions League zijn de andere kwartfinalisten in de Europa League stuk voor stuk ploegen van de tweede garnituur. Maar je m’en fous carrément. Wat was me dat een heerlijk ouderwetse match! Trouwens, onderweg naar de laatste Belgische Europacupzege wipte Malinwa ploegen als Dinamo Boekarest, St-Mirren, Dinamo Minsk en Atalanta Bergamo – op dat moment een twee­de­klasser! Geen haan die daarnaar kraaide.

Daarom de volgende oproep aan de Belgische clubs: laat de sterren maar schitteren in de Champions League en leg jullie eigen eieren in het mandje van de Europa League. Daar strijden jullie met (bijna) gelijke wapens en lijkt de kloof tenminste nog overbrugbaar. Zoals de Rode Duivels-gekte heeft aangetoond, is het net dát – het gevoel dat we nog meetellen – waar het grote publiek nood aan heeft. Of de Brugse fans onverdeeld gelukkig zijn met het zware pro­gramma dat hun ploeg nu wacht, weet ik niet zeker. Maar deze neutrale voetbalfan waande zich gisteravond opnieuw negen jaar oud. Bedankt, Michel. Bedankt, Tom. Bedankt, Boli. En succes, op alle fronten.

De Koperen Kogel