20/02/19 Lucky bastard

Kwart voor tien, de kinderen moeten - eindelijk - naar bed. Als er voetbal op de buis is hanteer ik een gedoogbeleid, op Europese avonden knepen mijn eigen ouders tenslotte ook een oogje dicht. (Met dat verschil dat de wedstrijd er indertijd om kwart voor tien opzat en tegenwoordig maar halfweg is. Vandaar dat mijn pagadders toch nog weerwerk bieden wanneer ik onverbiddelijk naar de klok wijs.)

‘Wat gaan we kijken?’ vraag ik even later aan vrouwlief. Liverpool en Bayern hebben hun intense maar voorlopig scoreloze topper intussen hervat.
‘Moet jij die match niet uitkijken? Je was toch van plan om nog eens iets van De Koperen Kogel te laten horen?’
Ik zucht. Tot mijn eigen frustratie (en door een te drukke agenda) staat de Kogel al een tijdje op een laag pitje. In die mate dat ik zelfs al overwoog om hem ten grave te dragen. 
‘Dan moet ik eerst beroerd worden. Wat valt er over deze wedstrijd te zeggen?’ Dat een heenwedstrijd wel vaker ontgoochelt? Dat Sadio Mané de meest overschatte voetballer van het moment is? Dat Süle - met zijn dwaze blik en zijn bonkige lijf - de verpersoonlijking is van het tegenvallende seizoen van Bayern? 
‘Zet maar op wat jij wilt zien’, zeg ik haar.

Amper vijf minuten later word ik beroerd. Midscheeps. Zoals ik niet meer beroerd werd sinds mijn kindertijd, toen ik bij het zien van onfortuinlijke leeftijdgenoten - gehandicapt, wees, getroffen door oorlog - mijn tranen niet kon bedwingen. ‘Dat is toch niet eerlijk!’ snikte ik tegen moeders schouder, waarmee ik eigenlijk uiting gaf aan het besef dat ikzelf immens veel geluk had. 

Met de leeftijd leerde ik dat soort vlagen van empathie steeds beter bedwingen, en daarmee helaas ook het besef dat ik nog altijd immens veel geluk heb. Tot gisteravond. 
Het schild spat in enkele minuten uit elkaar. Met dank - ja, dank! - aan Stig Broeckx, geportretteerd in Bargoens

Het contrast tussen zijn glansprestatie in de Ronde van Vlaanderen en de revalidatie-oefeningen die hij na een half jaar coma en een zwaar hersenletsel moet afwerken. Bam! 
Stig die in zijn rolstoel en met zijn trouwe vriendin op de schoot wacht tot het busje hem komt halen voor een hele dag kine, ergo, psycho en logo. Bam! 
Zijn pracht van een moeder die met tranen in de ogen vertelt over die zes maanden ‘hoop tegen beter weten in’ en de lege stoel in hun huis. Bam! 
De ongecontroleerde huilbui van Stig wanneer het leed van zijn gezin in die bange dagen voor het eerst tot hem doordringt. Bam! 
De onvoorwaardelijke liefde tussen een moeder en haar kind van 28 dat opnieuw moet leren spreken. Stappen. Fietsen misschien. Een mirakel zou dat zijn, volgens de therapeute. ‘Nog één.’ 

‘Dat is toch niet eerlijk!’ denk ik aanvankelijk, vechtend tegen de tranen. Maar medelijden moet het afleggen tegen mateloze bewondering. Want wat me nog het meeste beroert, is het open, sympathieke gezicht van de immer goedlachse Stig. Dat ik het toch niet droog houd, komt door het besef dat ik potverdorie een lucky bastard ben, met goud aan mijn zijde (en boven in bed). Dat ik moet stoppen met zagen. Dat er ergere dingen zijn in het leven, maar dat zelfs die onwaarschijnlijke schoonheid kunnen voortbrengen.

Vlak voor het slapengaan check ik de Sporza-app. Liverpool-Bayern 0-0. Lyon-Barça ook. Ik moet het ‘kaske’ misschien vaker aan mijn vrouw geven.

De Koperen Kogel