28/03/19 Mijn thuis is waar de koers op staat (Cycling.be)

‘Papa, dit geloof je niet!’

Zoon nummer twee, zesde leerjaar, was duidelijk van zijn melk.

‘In heel mijn klas zijn er maar zeven kinderen die weten wie Eddy Merckx is!’ klonk het verbouwereerd.

Ik kon een glimlach niet onderdrukken. Enerzijds uit trots, omdat mijn (pedagogisch verantwoorde) indoctrinatie van de vaderlandse sporthistoriek bij zoonlief alvast niet in dovemansoren was gevallen. Anderzijds omdat ik zijn verontwaardiging herkende: wanneer ik als kind lyrisch deed over de exploten van Edwig Van Hooydonck en mijn leeftijdgenoten me stomverbaasd aanstaarden, zakte ook mijn broek af. Met de jaren komt echter de wijsheid, en die wijsheid moest ik nu aan mijn zoon proberen door te geven: ‘Zeven op achttien is niet zo weinig, hoor, jongen. Eddy Merckx koerst al veertig jaar niet meer! En lang niet alle gezinnen zijn zo geïnteresseerd in koers als wij.’

‘Maar heel de wereld weet toch wie Eddy Merckx is?’ stribbelde hij nog tegen – nuance is niet zijn sterkste punt. 

De woorden ‘heel de wereld’ zetten me aan het nadenken... Het toeval wil dat ik daags na de Omloop Het Nieuwsblad voor enkele weken naar Amerika vertrok voor een commerciële, niet sportgerelateerde redactieopdracht. De ideale omgeving, vond ik, voor een bescheiden sociologisch onderzoek naar de aanwezigheid van ’s lands grootste sportman in het mondiale collectieve geheugen. Ik vroeg aan dertig collega’s uit vijftien landen (telkens een man en een vrouw) of ze wisten wie Eddy Merckx was. De ‘Chinese’ vrijwilligers kwamen uit Nederland, Frankrijk, Italië, Spanje, Portugal, Engeland, Duitsland, Denemarken, Noorwegen, Zweden, Finland, Polen, Tsjechië, Hongarije en Canada. Het resultaat?

Tromgeroffel…

Twaalf van de dertig bevraagden wisten dat Merckx een ‘beroemde wielrenner’ was, drie anderen gokten correct omdat de vraag van een sportgekke Belg kwam. (Een andere gok, ‘Franse chef die de crême brûlée uitvond’, kon ik helaas niet goedkeuren.) Vijftien in totaal dus – net de helft – onder wie slechts drie vrouwen. Die kwamen niet toevallig uit de traditionele wielerlanden uit Nederland, Frankrijk en Italië.

Om de algemene sportkennis van mijn proefkonijnen te controleren, schotelde ik hen nog enkele andere namen van grootheden voor. Iedereen – ook de grootste zelfverklaarde sportanalfabeet – kende Diego Maradona, Michael Jordan, Muhammad Ali en John McEnroe. Conclusie: Eddy Merckx mag dan wel de allerbeste aller tijden zijn in een van de zwaarste sporten ter wereld, qua mondiale weerklank sleurt die sport hoogstens aan de kop van het achtervolgende peloton. ‘Een coureur? Wielrennen is veel te saai’, was een regelmatig terugkerende repliek toen ik het juiste antwoord meegaf aan de koersbarbaren…

Als iemand het wielrennen van dat imago kan afhelpen, is het wel Peter Sagan. Het Slovaakse showbeest, op en naast de fiets, is hét gedroomde uithangbord van het steeds internationalere wielrennen. Zou je denken… 

Valt dat even tegen. Welgeteld 6 (zes!) van de dertig ondervraagden wisten wie hij was: een Française, een Deen, een Noor, een Tsjech, een Brit en een Hongaar. Die laatste twee omschreven zich eerlijk als ‘koersfanaat’. Dat kon allerminst gezegd worden van de Nederlandse man en vrouw, die het in Amsterdam hoorden donderen… In Vlaanderen moet je de voorbije acht jaar in je eigen duivenkot opgesloten hebben gezeten om níét te weten wie Peter Sagan is. Er valt niet aan te ontkomen. Buiten onze grenzen blijkbaar wel.

Koers blijkt dus nog steeds een religie die nergens fundamentalistischer en massaler wordt beleden dan in Vlaanderen. U begrijpt dan ook dat ik terwijl ik dit schrijf, in mijn hotelkamer aan de andere kant van de grote plas, word overvallen door de vrees dat ik zaterdag de Strade Bianche moet missen. En Extra Time Koers is verdomme alleen binnen de EU te bekijken. (Zo komt het natuurlijk nooit goed met die mondialisering, denk ik dan.) Ik wil naar huis. Naar vrouw en kinderen. En naar de koers. 

De Koperen Kogel