02/05/19 Karma (Cycling.be)

‘Schitterend staaltje van jeugdige kunde!’

‘Een jongen met een grote toekomst.’

Het was 25 februari 2012. Je was 23 jaar jong, je had nog geen enkele zege geboekt bij de grote mannen, en plots was je daar, in de straten van Gent. Je remonteerde Tom Boonen – niet bepaald een strijkijzer – en won tot ieders verbazing, inclusief die van jou, de Omloop Het Nieuwsblad. Niet verwonderlijk dat Michel en José je bedolven onder superlatieven. Wat zij toen niet konden vermoeden, was dat je er nog jarenlang onder bedolven zou blijven, niet meer in staat even vrank en vrij te vlammen als op die heuglijke zaterdag.

Of misschien nog één keer, een voorjaar later, in de Hel van het Noorden. In een ijzingwekkende slotkilometer op de velodroom vocht je met Spartacus, en na afloop met je tranen. Door je aandoenlijke combinatie van nederigheid en ambitie sloot ik je in mijn hart. En ik niet alleen. Je had net niet gewonnen, maar we hoopten met z’n allen dat het er snel van zou komen. Wat wij toen niet konden vermoeden, was dat je nog jarenlang onder die hoop gebukt zou blijven. Dat ‘net niet’ het adagium van je carrière zou worden.

Er valt je nochtans niets te verwijten. ‘Dit zijn de wedstrijden waar wij allemaal voor leven’, vertelde je onlangs nog in de Parijs-Roubaix-aflevering van De Kleedkamer. ‘Zes maanden aan een stuk, vanaf november, zit je in je hoofd met die paar weken.’ Je focus en trainingsijver loonden… net niet. In 2014 woekerde je met je krachten en reed je top 5 in alle belangrijke kasseikoersen. Dus besloot je in de Ronde van 2015, compleet tegen je natuur in, om de kat uit de boom te kijken, helaas op het verkeerde moment. En een week later reed je lek in de finale. Als ‘grootste ontgoocheling van het voorjaar’ ging je ei zo na ten onder, een mental coach moest je eraan herinneren dat je koerste voor je plezier. 

In 2016 zagen we de oude Sep terug, die van de dichte ereplaatsen. In Roubaix won toen ene Mathew Hayman. Op de vraag of je je een betere renner voelt dan hem, antwoordde je in De Kleedkamer zoals we je kennen: sympathiek en respectvol. ‘Laat ons zeggen dat ik er al veel vaker dicht bij ben geweest, maar ik heb nog nooit een monument gewonnen. En wat telt er? Vroeger nam ik geen genoegen met één zege, wilde ik de Ronde én Roubaix winnen. Nu zou ik alles inwisselen om er één op mijn palmares te hebben.’ Wat jij toen nog niet kon vermoeden, was dat Dame Fortuna opnieuw stokken in je wielen zou steken. Opnieuw ja, want na twee half verloren voorjaren met ziekte, een verraderlijke spleet tussen betonplaten en te veel lekke banden, lag je richting Harelbeke in de gracht.

Zoals het een trouwe fan betaamt, heb ik geduimd voor je comeback in de Sacrale Week. Mijn gebed werd verhoord, en dat van jou ook: eindelijk zou je in de lijstjes met sterren niet meer naast kleppers als Van Avermaet en Sagan vermeld worden. Eindelijk zouden ze je misschien nog eens ‘een gat geven, zoals vroeger’.

En kijk, daar dook je op, dokkerend over de Oude Kwaremont. Je reed kilometerslang in de spits, zij het niet voor jezelf. Wel voor een Italiaan met een naam als een ontsmettingsmiddel. Een soort Hayman eigenlijk, maar na de aankomst vloog je hem om de hals als had je zelf eindelijk de Ronde van Vlaanderen op je naam geschreven. 

En kijk, daar dook je weer op, zo’n 50 kilometer voor Roubaix, schijnbaar beresterk als vanouds. Tot je fiets dienst weigerde en je zes jaar na die eerste keer alweer de strijd aanging met je tranen. Net niet. Godverdomme, alweer net niet. Maar voor mij ben jij de morele winnaar van het kasseientweeluik.

Iemand vergeleek je met Leif Hoste. Dat maakte me boos. Twintig (!) keer maar liefst reed je top 10 in de vijf belangrijkste kasseiklassiekers. En Leif Hoste won nooit de Omloop Het Nieuwsblad. Tom Boonen trouwens ook niet. Maar bovenal ben je een mooie mens, Sep. Als karma bestaat, volgt hoe dan ook een beloning. Ooit.

De Koperen Kogel