14/06/19 Geel hesje

De bedragen van voetbaltransfers hebben me jarenlang geen ene ruk geïnteresseerd. Ik lees ze, en nog voor ik aan het euro-, dollar- of pond-teken ben aanbeland, ben ik de cijfers ervoor al vergeten.

Als kind kwam dat omdat ik geen enkele notie had van financiële waarde. Ik dacht dat mijn ouders hun huis gratis hadden gekregen of gebouwd, en kreeg van hen te horen dat een paar Copa Mundials hun budget te boven ging. Dat we thuis een abonnement hadden op De Standaard - wat sportnieuws betreft allesbehalve de standaard - zorgde ervoor dat transfernieuws en de bijbehorende bedragen me amper bereikte(n).

Dat veranderde in de zomer van 1992, toen AC Milan - voor het eerst in de voetbalgeschiedenis - één miljard Belgische franken neertelde voor een speler (in lires was dat een nog hoger, maar minder tot de verbeelding sprekend getal). Daar kon ik me als 13-jarige knul toch al iets bij voorstellen: één miljard frank was belachelijk veel geld. Zeker voor een niet bepaald tot de verbeelding sprekende naam. Want niet Jean-Pierre Papin, maar ene Gianluigi Lentini was de duurste voetballer aller tijden. Bij Torino een ploegmaat van Enzo Scifo, die ik minstens tien keer zo goed vond. Al kwam dat wellicht omdat ik van Lentini amper al gehoord had.
Na één verdienstelijk seizoen bij Milan ging Lentini letterlijk (met zijn Porsche) en figuurlijk over de kop. Waardoor hij de geschiedenis toch min of meer is ingegaan als een flop.

Na Lentini ging mijn interesse in de alsmaar stijgende transferbedragen een tijdlang in evenredig stijgende lijn, maar hoe astronomischer ze werden, hoe apathischer ik er opnieuw voor werd. Via Shearer, dikke Ronaldo, Denilson (jazeker), Vieri, Crespo, Figo, Zidane, Kaká, Cristiano Ronaldo, Bale en Pogba kwamen we in 2017 uit bij Neymar als duurste voetballer aller tijden. Die jongen heeft aardige voetjes, maar 222 miljoen euro? Daar kun je grof geschat 6082 jaar lang elke dag een nieuw paar Copa Mundials voor kopen. Misselijkmakend als je er te lang bij stilstaat. Zeker als je zoals ik een natuurlijke aanleg hebt voor zure oprispingen. Dus verplichtte ik mezelf de schouders op te halen.

Tot ik gisteren weer aan Lentini moest denken. Niet omdat Eden Hazard de duurste Belg aller tijden werd - oneindig veel duurder dan Scifo - maar omdat Wesley Moraes van Club Brugge naar Aston Villa verhuist voor 25 miljoen euro. Tegen de (totaal achterhaalde) koers van 40 Belgische frank per euro komt dat overeen met één miljard oude Belgische franken. Evenveel dus als de duurste voetballer aller tijden in 1992. Zo snel gaat het.

Is Wesley Moraes dat geld waard? Is hij even goed als Lentini? En is hij drie keer zo goed als Bosko Balaban? Voor hem betaalde Aston Villa in 2001 zo’n 5,8 miljoen pond aan Dinamo Zagreb. De Kroaat speelde negen keer, waarvan zeven invalbeurten, en scoorde niet één keer. Een Britse krant, nooit vies van een hyperbooltje meer of minder, noemde hem in 2014 de slechtste spits ooit in de Premier League. Balaban verhuisde nadien naar Club Brugge, waar hij in 83 wedstrijden 40 keer scoorde en de hoogst spitsvondige bijnaam Super Bosko verdiende.

Wesley, die de omgekeerde beweging maakt, scoorde in 129 wedstrijden voor Club ‘slechts’ 38 keer. Maar hij is nog jong. Ik hoop dat hij niet over de kop gaat en het wél waarmaakt in Birmingham. Dat hij dáár Super Wesley wordt. En dat hij, telkens als hij op training een geel hesje aantrekt, even stilstaat bij hoe belachelijk veel geld 25 miljoen euro is voor een bonkige Braziliaanse targetspits met af en toe aardige voetjes.

De Koperen Kogel