11/07/19 Schaamrood en blauwe plekken

Ken je dat gevoel? Dat je iets vergeten bent, dat je zeker bent dat je iets over het hoofd hebt gezien, maar dat je niet kunt bedenken wat precies, en het uiteindelijk daadwerkelijk vergeet?

Je raadt het al, dat is mij overkomen. Het 'vergeten' gebeurde dik een maand geleden al, het voor 'het hoofd slaan' vandaag.

Begin juni moest ik reeds mijn column inleveren voor het Tour-nummer van Cycling.be. Dat Eddy Merckx vijftig jaar geleden als een onvervalste Kannibaal ook het klassement van de strijdlust won, inspireerde me om mijn stukje te wijden aan 'de strijdlustigste aller Galliërs'. Dus waagde ik me in een vlaag van chauvinistische zinsverbijstering aan een voorspelling met belachelijk veel Belgische ritzeges. 

Wout Van Aert had ik als joker ingezet voor om het even welke rit, en verder pronostikeerde ik Gilbert (ik kon toen nog niet weten dat die thuis zou moeten blijven), Stuyven, Wellens, Van Avermaet, Bakelants (zie Gilbert), Lampaert (in Parijs) en... Thomas De Gendt. Die laatste, zo orakelde ik, zou een dubbelslag slaan op De Plank van de Lekkere Wijven. Even liet hij me dromen, maar niet veel later kreeg hij zelf een slag. Van de Hamer voor Overmoedige Venten.

Dat kon me al bij al niet zo heel veel schelen, want op dat moment sloeg mijn gelaat al purper uit: een mengeling van schaamrood op mijn wangen en blauwe plekken die ik mezelf toebracht door me minutenlang voor het hoofd te slaan. Ik was, dik een maand geleden dus, iemand vergeten.

Ik heb het niet over Xandro Meurisse (want wie hem vandaag in de top 3 had voorspeld, moet dringend meedoen aan Euromillions). Nee, veel en veel erger nog. In mijn column rep ik met geen woord over Dylan Teuns. To-taal onvergeeflijk. Bij deze mijn welgemeende excuses en een nog welgemeendere proficiat voor zijn memorabele prestatie vandaag. Op de Vlaamse feestdag dan nog! Het irrationele chauvinisme in mijn schrijfsel heeft dus toch al zijn vruchten afgeworpen, zij het een vergeten vrucht.

Over vaderlandsliefde gesproken. Zelden zo hard mijn scherm zitten uitkafferen als tijdens de laatste hectometers van deze slopende rit. Terwijl verdorie Belgische geschiedenis werd geschreven, bestond het de Franse regisseur om tot twee keer toe naar de kopgroep der favorieten terug te schakelen om een versnellende Alaphilippe en een pijnlijke vertragende Bardet in beeld te brengen. Un imbécile van de bovenste planche. Letterlijk en figuurlijk.

Ik troost me na mijn persoonlijke flater dus met de gedachte dat er nog grotere minkukels rondlopen, die nóg minder snappen van de koers dan ik.

De Koperen Kogel