29/08/19 Eeuwigheid (Cycling.be)

Er is bijna een maand verstreken sinds die dramatische dag.

Een eeuwigheid in journalistieke termen, en al helemaal voor een columnist, van wie verwacht wordt op de brandende actualiteit in te spelen. Dan maar kiezen voor het gebruikelijke plan B: een tijdloos sfeerstukje schrijven, herkenbaar, doorspekt met anekdotiek, afgekruid met een snuifje humor. Dat zou me wel lukken, dacht ik.

Maar de inspiratie gaf niet thuis. En als ik al een zin uit mijn toetsenbord gewurmd kreeg, dan voelde die hopeloos geforceerd aan, alsof ik rond de olifant in de kamer heen aan het schrijven was. Hoe kon ik het over de weldadigheid van de fiets hebben, over heroïek en euforie, of over de irritatie om godbetert een lekke band of de tegenwind langs het Albertkanaal, als die fiets (andermaal) zoveel emotionele ravage had aangericht? 

Iedereen – ieder mens, wielerliefhebber of niet – reageert aangeslagen bij het nieuws dat een 22-jarige coureur bij een val om het leven is gekomen. Toch wordt van sportredacties verwacht dat ze te midden van die droefenis een knop omdraaien en in professionele modus schieten. Op de dag zelf portretteren ze de renner sober en respectvol, met beelden uit zijn beloftevolle carrière en met duiding door duidelijk aangeslagen wielercommentatoren. In de daaropvolgende dagen belichten de media de precieze omstandigheden van het ongeval, berichten ze over de geneutraliseerde rit in de Ronde van Polen en het verdriet bij de ploegmaats en de entourage, sprokkelen ze nog meer reacties… Ze doen hun job, en ze doen die, alles in acht genomen, behoorlijk sereen. Maar onvermijdelijk daalt met het verstrijken van de tijd het aantal kolommen, zinnen, woorden dat aan de tragedie wordt gewijd. Van brandend naar smeulend actueel, tot het verder denderende peloton de laatste opflakkeringen van collectief ongeloof en verdriet uitdooft. Want de koers gaat verder. Heroïek. Euforie.

Ook Stig Broeckx kreeg begin augustus telefoon. Of hij wilde reageren op het vreselijke nieuws. Geen onlogische journalistieke reflex. Ook ik, die Stig de voorbije maanden van heel nabij heb leren kennen, moest meteen aan hem denken. En aan wat híj nu moest denken. Over het noodlot, over hoe dicht leven en dood bij elkaar liggen. 

Stig, die de weken ervoor volop in de aandacht had gestaan, wenste niet publiekelijk te reageren. ‘Dit gaat niet over mij’, bleef hij zijn nederige zelve. Hij wilde liever buiten de media om en te gepasten tijde zijn medeleven betuigen aan de familie van Björg. Want Stig mag dan wel uit zijn coma zijn ontwaakt, net daardoor is hij zich bewust van de emotionele hel die zijn ouders hebben doorworsteld. 

Hij wilde ook in alle rust de juiste troostende woorden vinden voor zijn ploegleider en goede vriend Herman Frison. En via hem voor de hele Lotto-Soudal-familie, die drie jaar geleden zijn eigen drama van dichtbij had meegemaakt en nu nóg slechter nieuws moest verwerken. 

Stig weet dat de koers verder gaat. Dat het leven verdergaat. Maar hij weet ook maar al te goed dat verdriet en medeleven geen actualiteitswaarde of houdbaarheidsdatum hebben.

Daarom dit stukje. Het gaat niet over Stig, en het gaat nog veel minder over mij. Natuurlijk heeft het nieuws er ook bij mij behoorlijk hard ingehakt. ‘Ik word nooit wielrenner’, sprak mijn negenjarig zoontje toen hij naar het nieuws keek. Hij was zichtbaar geëmotioneerd, wat mij dan weer tot tranen toe bewoog. Ik dacht aan mijn eigen domme valpartijen, aan de kwetsbaarheid van mijn kinderen als fietsers op de openbare weg, aan de kwetsbaarheid van het leven tout court. Aan het noodlot. Maar als vader dacht ik vooral aan wat die arme ouders moesten doormaken. Aan hoe lang Björgs vrienden, ploegmaats, mecaniciens, soigneurs, alle mensen die écht dicht bij hem stonden, dit met zich mee zouden dragen. Daar denk ik op dit eigenste moment ook weer aan. En u ook, als u dit leest.

Er is bijna een maand verstreken sinds die dramatische dag. Maar voor veel mensen zindert hij nog een eeuwigheid na. Sterkte.

De Koperen Kogel