27/01/20 Medelijden of respect? (Cycling.be)

Officieel is 1 januari een feestdag. Maar na alle vreetfestijnen en drinkgelagen van de kerstdagen en oudejaar komt er van feesten nog maar weinig in huis en is Nieuwjaar in de meeste woonkamers vooral de Hoogdag van de Vadsigheid. Een dagje ‘recup’, zeg maar. Bij het obligate bezoekje aan de (schoon)ouders, nuttig je één glaasje cava uit beleefdheid, aanhoor je versuft de nieuwjaarsbrief van kindlief, en pers je een laatste pomme duchesse door je slokdarm, maar daarna slaat de Man met de Hamer ongenadig toe. Gelukkig is daar… de cross.

Ook ik nestelde me op de eerste namiddag van 2020 in mijn zetel voor de GP Sven Nys. Kermend en zuchtend. Niet vanwege een kater, laat staan door een overvolle maag – integendeel: de schuldige voor zoveel amechtigheid was een virus dat uitgerekend op de laatste dag van 2019 mijn buik als biotoop had uitgekozen. De weinige natjes en droogjes die ik op oudejaarsavond had binnengekregen, hadden zich ’s nachts alweer een weg naar buiten gebaand. Via de kortste weg bovendien… Mijn voornemen om in 2020 enkele kilo’s te verliezen, was al meteen ingelost.

De GP Sven Nys dus. Hoewel het wedstrijdverloop even voorspelbaar was als de moppen van uw plezante nonkel aan de kerstdis, ging er toch één koersfeit met mijn aandacht aan de haal. Al in de vierde ronde zoefde Mathieu van der Poel een minder getalenteerde collega voorbij. Paul en Michel achtten de arme kerel – nog vóór halfweg gedubbeld! – geen vermelding waard. Achteraf zocht ik zijn rugnummer op, maar het ontbrak op de deelnemerslijst. Kan het nog anoniemer? 

Zou deze man, zo vroeg ik me af, het gisteren op twee schamele kroketjes hebben gehouden, zonder champignonroomsaus, en zou hij om één na middernacht al onder zeil gegaan zijn om op de Balenberg de vruchten te kunnen plukken van zijn eindeloze eenzame trainingsarbeid? En hoelang zou zijn teergeliefde al die misgelopen uren ‘qualitytime samen’ nog gedogen als die slechts ten seconds of shame op de nationale televisie opleveren? 

Onbegrip maakte zich van mij meester. Sowieso heb ik altijd al een dubbelzinnige verhouding gehad met het veldrijden. Hoezeer ik de fysieke inspanningen die deze sport vereist ook bewonder, en hoewel ik besef dat kronkelen tussen bomen en wippen over balkjes opwindender is dan 250 kilometer malen op asfalt, vraag ik me regelmatig af wat iemand bezielt om bij temperaturen rond het vriespunt door de modder of het zand te ploeteren of een trap op te hossen met een fiets op de schouder. Zeker als je niet tot het handvol crossers behoort dat met negentig procent van de aandacht en de roem gaat lopen. En helemáál zeker als je nog voor halfweg alleen maar in de weg rijdt.

Diep vanbinnen weet ik wat die gedubbelde renner bezielt. En waarom ik zoveel moeite heb om dat te begrijpen. Al heel mijn leven word ik, bij elke sport die ik beoefen, gedreven door eergevoel. Als voetballer hoop ik niet alleen dat onze ploeg wint, ik moet zelf ook scoren (en het liefst nog met een hakje of een halve omhaal). In elk wedstrijdje pingpong of squash wil ik mijn tegenstander aftroeven of minstens een paar keer verbluffen. En alleen ik mag als eerste de top van een helling bereiken. Lukt dat niet, dan werp ik de handdoek. Zonder roem, hoe klein het publiek ook mag zijn, is er geen bal aan. Anonimiteit is een schrikbeeld.
De gedubbelde renner daarentegen heeft lak aan roem. Hij haalt zijn motivatie uit zichzelf en uit zijn liefde voor de fiets. Hij crosst gewoon doodgraag, en of hij dan eerste, zeventiende of elfendertigste wordt, zal hem worst wezen. 

Als ik heel eerlijk ben, dan is mijn onbegrip – of erger nog: mijn medelijden – eigenlijk niets anders dan slecht gemaskeerde jaloezie van een karakterloze tamzak. ’s Mans passie en doorzettingsvermogen verdienen niets dan respect. Als ik in 2020 eindelijk eens magerder wil worden én blijven (dus zonder de hulp van een buikgriepje), dan kan ik me beter wat meer aan hem spiegelen.

De Koperen Kogel