28/05/20 Stoppen met zagen (Cycling.be)

‘Jazeker, Thijs, volgende week verwachten we een nieuwe column van jou.’

De immer vriendelijke eindredacteur van uw geliefde tijdschrift dacht mij met die boodschap te verblijden, maar ik krabde me toch even in de haren. Hoezeer ik me ook vereerd voel mijn diepste wielenroerselen met u te mogen delen, een derde bijdrage op rij uit je koker toveren in volstrekt koersloze tijden, dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Uit pure radeloosheid zou een mens er flauwe woordspelingen à la wielenroerselen van gaan fabriceren.

Een nieuwe column, vraagt hij. Maar waar moet ik in godsnaam de mosterd halen?

Wie wil nog maar eens lezen hoe ik het heilzame effect van een fietstocht telkenmale vakkundig naar de verdoemenis help door me een uur later tegoed te doen aan een pak friet met huisgemaakte tartaar en een ragoezi? (Trouwens, als obese mensen zoveel vatbaarder zijn voor het virus, waarom blijven de frituren dan open?) 

Wat heeft het voor zin om mijn opinie over de onlangs vastgelegde corona-wielerkalender te ventileren? Tegen dat dit stuk verschijnt, is de helft misschien alweer geschrapt. Wat ik trouwens niet onverstandig zou vinden. Als ik met de veilige cocon van mijn gezin niet op reis mag naar een afgelegen huisje in Zuid-Frankrijk, zelfs al houd ik wijselijk afstand van luidruchtige Hollanders, wat zou een peloton van bijna 200 renners en een veelvoud aan volgers dan Europese wegen en hotels onveilig mogen maken? (Lap, nu heb ik toch een opinie geventileerd, maar nogmaals: over twee weken denk ik er misschien al anders over.)

Moet ik het bij gebrek aan échte koers over de Container Cup hebben? Daarin gebruikte Wesley Sonck net niet het woord ‘bovenaards’ toen Remco Evenepoel op de spinningfiets een al bij al vrij aardse gemiddelde snelheid van 43,2 km/u over drie kilometer liet optekenen. Sympathieke knul, daar niet van. Maar ere wie ere toekomt: Toon Aerts, Victor Campenaerts (nipt), Yves Lampaert en zelfs roeier Tim Brys vlamden sneller in de container, terwijl Oliver Naesen ruim een halve minuut afpitste van Remco’s even ‘onwaarschijnlijke’ tijd op de 1500 meter lopen. (Eén alinea, meer valt daar toch niet over te schrijven?)

Het zijn verdorie zware tijden voor wielercolumnisten. Niet alleen missen we de koers, elke vorm van alternatieve ontspanning wordt ook nog eens vergald door gepieker over de nakende deadline en het witte blad: tijdens het wandelen, tijdens het pingpongen, tijdens het douchen, tijdens het bingen van mijn elfendertigste Netflix-serie in evenveel dagen, tijdens het uitslapen – of een poging daartoe, want de teugels van ons familiale gamingbeleid zijn noodgedwongen dermate gevierd dat onze kinderen van ’s morgens vroeg aan het Fortniten en Fifa’en slaan, wat gepaard gaat met verslavingsverschijnselen als luidkeels getier en gevloek. (Wat een idee ook, om de scholen gesloten te houden! Hoe kan een schrijver zich in zulke omstandigheden concentreren?)

Een zenuwinzinking is nabij, maar hoort u de Veiligheidsraad ook maar met één woord reppen over wielercolumnisten? Nee, wij worden doodgezwegen en prediken in de woestijn waar onze inspiratie volledig is opgedroogd.

Even serieus nu. Ik mag helemaal niet klagen. Ik word zelfs betaald voor de in sarcasme doordrenkte 3506 tekens hierboven. En in de tekens die me resten formuleer ik nog eens expliciet de onderliggende boodschap: kan al wie deze pandemie zonder al te veel kleerscheuren doorspartelt, alstublieft stoppen met zagen over elke maatregel die de Veiligheidsraad voorstelt? Bij de delicate zoektocht naar een evenwicht tussen prioriteiten en risico’s zal altijd wel een sector bevoor- of benadeeld worden. Laten we er het beste van maken, en het klagen overlaten aan de woonzorgcentra, aan de ouders wier hulpbehoevende kinderen niet in hun instelling terechtkunnen, aan de steeds langere rijen bij de Voedselbank… Aan al wie écht extra zorg en solidariteit verdient. Nu, maar ook nog als dit alles achter de rug is.

De Koperen Kogel