14/10/20 Troostende woorden van een supporter (Cycling.be)

Woutje toch, wat had ik met je te doen daar, zaterdagavond, boven op La Planche des Belles Filles. Je donkere ogen waren nog een centimeter dieper in hun kassen verzonken, je stem klonk nog een octaaf lager dan anders. Je zei het niet letterlijk, maar ik – en wellicht velen met mij – dacht het luidop voor de buis: ‘Al die moeite voor niks.’ Pas na een verwerkingsproces van twee dagen heeft de onstuitbare drang om je te troosten zich een weg naar buiten gewoeld en gekrioeld.

Ik wil dat je weet dat ik een half uur voor die ongelooflijke ommekeer, toen je de tijd van die Fransoos verpulverde, nog iets helemaal anders prevelde, vol ongeloof en op z’n Wuyts’: ‘Woutje, Woutje, wat doe je nu weer?’ Niet voor het eerst tijdens de afgelopen Tour trouwens. Wat ik eigenlijk dacht, evenmin voor het eerst, was: ‘Woutje, Woutje, wat kun je nog allemaal?’

Awel, jom, ik begin stilaan te denken dat het antwoord op die vraag ‘Alles’ is. Alles, ja. Om te beginnen denk/hoop/weet ik dat je wanneer je dit leest, tijdens een brunch in de Gloria in Herentals bijvoorbeeld, al wereldkampioen bent. Tegen de klok én op de weg. Ten tweede ben je in geen enkele klassieker kansloos. Dit in tegenstelling tot pakweg Tom Boonen, die op die ene groene en die ene regenboogtrui na – ook niet slecht – vooral presteerde tussen Harelbeke en Roubaix. De Waalse Pijl wordt lastig, maar als Aerts en Verbrugghe in Hoei kunnen winnen, dan kun jij de verwachte hegemonie van Alaphilippe en Valverde-tot-hij-65-is zéker doorbreken. En als het in Luik-Bastenaken-Luik nog eens ijzig sneeuwt, troef jij als doorwinterde veldrijder al die zelfverklaarde berggeitjes probleemloos af, zoals Hinault in 1980, toen jij min veertien jaar jong was.

Over berggeitjes gesproken. Je vroeg jezelf vorige week nog af of je in de toekomst zelf een bergrit kon winnen. Euh? Ja natuurlijk! Je hebt Bernal potverdorie op zijn madre doen roepen! En die twee Sloveentjes hebben negentig procent van de beklimmingen achter jouw brede rug kunnen pedaleren. Dus mits een betere dosering van je krachten, flits jij fluitend naar een ritzege bergop. Je zou natuurlijk ook ‘een De Gendtje’ kunnen doen, maar ja, dan kun je onderweg niet werken in dienst van je kopman. Wat mij bij het volgende deel van mijn bemoedigende betoog brengt.

Hoe indrukwekkend de Jumbo-trein ook door Frankrijk denderde, met jou als machinist, na zeven Sky- of Ineos-overwinningen in de laatste acht jaar zat ik niet te wachten op de suprematie van een nieuwe ploeg. Dus helemáál rouwig was ik nu ook weer niet toen Roglic het deksel der passiviteit op zijn neus kreeg. Hopelijk worden daar lessen uit getrokken, want als iedereen in topvorm is en zijn eigen kans mag gaan, dan zijn er misschien wel tien kandidaat-Tourwinnaars voor de komende jaren. Remco is er daar een van. Maar voor mij hoor jij daar ook bij, Wout. (Ja, ik heb het over de gele trui. Want dat jij zonder je altruïstische uitsloverij het groen had kunnen pakken, spreekt voor zich als een paal boven kijf die een open deur inbeukt.) 

Ik zal je eens iets zeggen, kerel. Al die zogenaamde kenners die zeggen dat je te dik bent? Niets van aantrekken. Toen ik met een hoop vrienden op fietsweekend naar het Heuvelland trok, konden zij een grijns niet onderdrukken bij het aanschouwen van mijn buikspek. Maar op alle klimmetjes, inclusief de Kemmelberg na meer dan 100 kilometer, heb ik ze wel mijn achterhespen laten zien. Als dat geen inspiratie biedt, weet ik het ook niet meer! Of denk aan Miguel Indurain, ook niet van de magerste. Met zijn 80 kilogram reed hij iedereen aan grut in de tijdritten en hield hij stand in de bergen. 

Als die chauvinistische Fransen nu nog wat chrono’s in het parcours willen steken omdat ze eindelijk begrepen hebben dat Bardet en Pinot jamais de leur vie de Tour kunnen winnen, dan zie ik niet in waarom jij niet in het geel Parijs kunt binnenrijden (en ter plaatse nog eens iedereen erop legt in de massaspurt). Want Wout, jij kunt alles. 

De Koperen Kogel