25/11/20 Spelmakers zijn nooit perfect

Zelden kwam de dood van een beroemdheid minder onverwacht. Desalniettemin raakt zijn verscheiden me midscheeps. En dat is best merkwaardig, want ik kan niet zeggen dat ik tijdens zijn carrière echt hoog met die irritante opdonder opliep.

Nog geen 3 was ik toen hij op het WK in 1982, toen al, ten onder ging aan de druk en een weerloze Braziliaan doormidden karate-trapte, bij een hopeloze 3-0-achterstand.

Nog geen 7 was ik toen hij - meer dan wie ook in de voetbalgeschiedenis - in zijn eentje zijn land wereldkampioen maakte. Omdat hij Engeland eigenhandig en België eigenvoetig had uitgeschakeld, en omdat hij toen al vaak een theatrale aansteller was (een 'spelmaker', ook in de West-Vlaamse zin van het woord), had ik het niet zo op hem begrepen.

(Achteraf gezien speelde hij - allez, nog eens - handig in op de blindheid van de scheids en de bejaardheid van Peter Shilton, de doelman die zich in de lucht liet aftroeven door, met alle respect, een halve hottentot. Maar vooral: die andere goal tegen de Engelsen, die de komende uren en dagen tot in den treure zal worden verspreid, was Messiaans avant la lettre en maakte van Maradona pas echt een 'you hate him or you love him'-figuur.)

Illustratief voor mijn antipathie jegens Argentinië (of beter onze antipathie, ten huize Delrue) is het feit dat mijn broer, die graag een truitje van FC Barcelona wilde kopen bij Sport Lauwers, zijn neus optrok toen de winkeldame hem alleen het albiceleste van die dekselse wereldkampioenen kon aanbieden. Moeder kocht het toch, maar broerlief heeft het shirt zelden aangetrokken.

Nog geen 10 was ik toen hij op de tonen van 'Live is life' misschien wel zijn magnum opus aan de wereld openbaarde. (Ook pas later gezien, met dank aan die andere held Frank Raes.) Met losse veters, tijdens een opwarming bij Napoli, dat hij - meer dan wie ook in de voetbalgeschiedenis - in zijn eentje de enige landstitels in de clubhistorie heeft geschonken. Mogelijk met de hulp van de maffia, wiens halve cocaïnevoorraad hij er eigenneuzig heeft doorgejaagd.

Nog geen 11 was ik toen Pluisje al Pluis was geworden en hij de hele Mondiale lang liep te zaniken, te zeuren, te trunten, en ook nog eens onverdiend won van Brazilië, Joegoslavië (penalty gemist zowaar!) en Italië. Ik was zowaar blij dat hij in de doodsaaie finale werd verslagen door Lothar Matthäus! (En dat wil iets zeggen, want laten wij wel wezen: Lothar Matthäus is in retrospectief toch een pure 'you hate him or you hate him'-figuur.)

Nog geen 15 was ik toen hij in Amerika, eindelijk omringd door écht goeie spelers, een geweldige collectieve actie afrondde met een weergaloze pegel en zijn frustratie letterlijk uitspuugde op de camera. In dat speeksel werden nadien sporen gevonden van drugs (het kan ook anders gegaan zijn, hoor). Dat was meteen het einde van zijn carrière en het begin van een schijnbaar eindeloos durende afdaling naar de dieperik.

Nog geen 39 was ik toen hij in de Russische tribunes, sigaren rokend en met middelvingers zwaaiend, die dieperik bereikte.

Inmiddels had medelijden de plek ingenomen van ergernis. Maar een voorwaarde voor oprecht medelijden is oprechte waardering. Die was er gekomen dankzij het internet, dat me in de 24 tussenliggende jaren de kans had geboden om 's mans genialiteit ten volle door te laten dringen. Ja, er werd in die tijd trager gevoetbald dan nu, maar ook veel potiger (zoek op YouTube op 'Maradona' en 'South Korea'). Abstractie makend van tijdperk en tegenstand durf ik te verkondigen (ook aan mijn kinderen, die straks verplicht de compilatie bij dit stukje te zien krijgen): puur qua techniek en vista behoort hij tot het allerverfijndste wat de Voetbalhemel aan de Aarde heeft geschonken.

Helaas, zoals alleen iconen dat kunnen, bespoedigde hij zijn terugkeer naar de hemel. Niet louter eigenvoetig, eigenhandig, eigenneuzig en eigenmondig trouwens. Een Vlaamse zanger beschreef het ooit als volgt: "'T was leven ip te groot verzet / 'T probleem van slechte maten / Ze staan altijd klaar / Aasgieren en sjacheraars." Echte iconen zijn nooit eenduidig. Nooit perfect. En dus nooit saai. Het zijn spelmakers.

41 ben ik er nu, en voor het eerst is zo'n icoon uit mijn door voetbal beheerste jeugd gestorven. Ik hoop van ganser harte dat hij eindelijk de hand van God kan schudden.

https://www.youtube.com/watch?v=VmyssDtOiLM

De Koperen Kogel