01/12/20 Ik begrijp niets meer van voetbal

Wie mij een beetje kent, weet dat ik KV Mechelen een warm hart toedraag en zal het dus geen toeval vinden dat ik uitgerekend na de verloren wedstrijd tegen Beerschot en de fel betwiste rode kaart van Aster Vranckx nog eens een blik ouderwets gemekker opentrek over arbitrage, meer bepaald over de VAR.

Welnu, echt waar, wat ik nu ga schrijven overstijgt mijn Malinwa-gezindheid. Het gaat over een fundamenteel mensenrecht dat week na week ernstiger met uitdoven wordt bedreigd, met KV Mechelen-Beerschot als triest dieptepunt, of minstens als druppel die de nochtans reeds oeverloos vol geëmmerde emmer heeft doen overlopen: het recht om van voetbal te genieten.

Alsof de steeds groeiende kloof tussen rijk en arm en de overkill aan Europese wedstrijden nog niet volstonden om mijn passie voor het voetbal stelselmatig te bekoelen, kwam daar in 2017 nog een nieuwe pretbederver bij: de VAR. In theorie en potentie nochtans geen slecht idee: de videoscheidsrechter zou het voetbal eindelijk bevrijden van flagrante onrechtvaardigheden, zoals onterecht goedgekeurde/afgekeurde doelpunten en aan het oog van de ref ontsnapte aanslagen.

De uitsluiting van Aster Vranckx illustreerde helaas, en andermaal, dat de remedie intussen even erg is als de kwaal. Voor elke onrechtvaardigheid die de videoref rechtzet, creëert hij er een andere. Of zoals Filip Joos het zondag live verwoordde: ‘Een onterechte rode kaart voor wie iets van voetbal begrijpt.’

Dát bedoel ik dus. Als voetballiefhebbers zoals ikzelf steeds minder begrijpen van hun liefhebberij, schiet het plezier erbij in. Terwijl supporters vroeger - na het uitspuwen van hun gal bij een pint of tien en het uitslapen van hun roes - het foute oordeel van één paar ogen (of drie, als je de lijnrechters meetelt) ergens in de uithoek van hun geheugen wisten te parkeren, hebben ze sinds 2017 véél minder begrip voor een oordeel dat gedelegeerd wordt naar nóg meer extra ogen, die zelfs met de hulp van camerabeelden nog altijd even menselijk en feilbaar blijken te zijn.

De kern van het probleem is dat al die ogen samen door het bos de bomen niet meer zien. Het bos is het steeds ingewikkelder wordende reglement dat door het gebruik van camerabeelden elke spelsituatie kapot-ontleedt. En de bomen zijn het buikgevoel van de (scheids)rechter op het veld, in het strijdgewoel.

Dus kunnen we na drie jaar misschien eindelijk eens die VAR ontleden? Niet kapot, maar tot de essentie. Zet alle scheidsrechters, trainers en aanvoerders eens rond een tafel met belegde broodjes. Laat hen samen eerst de regels vereenvoudigen, in de eerste plaats over handspel (1: arm ver van het bovenlichaam of niet, 2: bewust of niet) en (positie)buitenspel (dit zou me te ver leiden, die owngoal van Frans zondag was terecht voer voor discussie).

En beperk vervolgens de bevoegdheid van de VAR tot situaties die alleen door camera’s waarneembaar zijn én boven elke interpretatie staan: bal over de lijn of niet (tot op de millimeter), buitenspel of niet (ook tot op de millimeter, vrees ik, anders blijven we erover zwetsen), en - zoals ik al zei - aanslagen die letterlijk aan het oog van de scheids zijn ontsnapt. Zo wordt alles wat hij wél ziet, al dan niet correct interpreteert en al dan niet bestraft, weer zijn eigen verantwoordelijkheid, als 23ste deelnemer aan het spel.

Blijkt de man in kwestie feilbaar, dan is dat maar zo. Ik erger me liever aan een arbiter die begrijpelijke regels niet toepast, dan aan een arbiter die onbegrijpelijke regels toepast vanuit een ijdele zoektocht naar waterdichte rechtvaardigheid. Voetbal is nu eenmaal onrechtvaardig, soms. En of het nu David Platt of Peter Prendergast is die dat onrecht veroorzaakt, de pijn is even groot. En even vergankelijk. Er zijn ergere dingen.

De Koperen Kogel