28/03/21 Thuiskomen

Het was 10u en deze zondag leek zijn naam waardig te zullen worden.

Ik was met mijn fiets in de koffer van mijn auto naar het Romeinse Plein in Velzeke gebold, het op het eerste gezicht opvallend ruïneloze Forum Romanum van Groot-Zottegem. Van daaruit zou een kameraad me introduceren in wat (tot mijn schaamte) een blinde vlek was op mijn wielertoeristenpalmares: de oostelijke Vlaamse Ardennen.

Rekelberg (zijkant), Berendries, Elverenberg, Tenbosse, Parikeberg (wat een irritant smeerlapke), Vesten, Muur, Kapelmuur… En dat allemaal in de eerste 30 kilometer, op en neer gaand tussen glooiende vergezichten die dan weer wel konden wedijveren met Italië. Een mens zou zich afvragen waarom hij in de Kempen woont, waar de uitdrukking ‘vals plat’ niet eens bestaansrecht heeft. Alles is er écht plat.

In de vals platte aanloop naar de Bosberg begon ik tegen mijn kompaan over Eddy Bosberg. In tegenstelling tot veel slechte wielerquizzers wist hij dat ik het niet over Eddy Planckaert had, maar over Edwig Van Hooydonck. In 1989 ontpopte deze roodharige streekgenoot van mijn ma zich tot misschien wel mijn enige echte wielerheld ooit. Hij liet me vallen voor de koers.

Op die Bosberg werd ik zo uit mijn lood geslagen door een dozijn overstekende hertjes (misschien waren het reetjes, maar dat leest wat raar) dat ik vergat stil te staan, niet letterlijk natuurlijk, bij de derde lantaarnpaal. Daar plaatste Edwig tot tweemaal toe zijn beslissende demarrage. De tweede keer was bijna exact dertig jaar geleden, in 1991. Dat de Rode Duivels een week eerder thuis niet hadden kunnen winnen van Wales (goals van Degryse en Saunders) en dat het EK halen daardoor mathematisch bijna onhaalbaar was geworden, was toen terstond vergeten.

Drie decennia later kwam ik zonder veel problemen boven, en terstond vergat ik dat ook de huidige gouden generatie Rode Duivels over haar hoogtepunt is.

Eenmaal terug in Velzeke zette ik zo snel mogelijk koers naar huis. Tot de tweede macht. Want thuisgekomen in Herentals zou ik op tv mijn heimat aanschouwen. Die finale van Kemmel tot Wevelgem is elk jaar opnieuw een nostalgisch weerzien met de ankerpunten van mijn jeugd. Geluwe, dorp van de Jukte. Menen, stad van Den Overkant. Wevelgem, verstedelijkte gemeente van de Jeugdclub. Daar heb ik mijn fysieke aanleg tenietgedaan, al heb ik vandaag het tegendeel proberen te bewijzen.

Ik zet de tv op en zie Nathan Van Hooydonck aan de kop sleuren.

Net vandaag.

Toeval kan mooi zijn.

En mede dankzij hem gaat Van Aert winnen, woonachtig te Herentals, dus komen vrouw en kinderen zelfs naast me zitten.

Dat noem ik nog eens thuiskomen.

Deze zondag was zijn naam waardig.

De Koperen Kogel