04/04/21 Pijnlijke introspectie

Wat ik tussen 13u en 14u45 evengoed had kunnen doen:

naar Kasterlee en terug mountainbiken, het behang op de eerste verdieping eindelijk verwijderen, de restjes van de paasbrunch opvreten, een paar bladzijden van een toekomstige bestseller schrijven, een dutje doen - ik word tenslotte ook een dagje ouder.

Wat ik tussen 14u45u en 16u20 evengoed had kunnen doen:

niets.

Want toen was het koers zoals koers hoort te zijn. Spannend.

En koers wordt des te spannender als je een favoriet hebt - daar heb ik me tijdens het kijken op betrapt, bij elk helikopter- en motorbeeld speurend naar die ene gele trui. Met de nadruk op ‘ene’, want hij stond er weer veel te snel alleen voor.

Inderdaad, die favoriete ‘hij’ - daar heb ik me tijdens het kijken ook op betrapt - is Wout. Zeker als het weer eens op een tweestrijd tussen hem en Mathieu lijkt uit te draaien.

Is het omdat hij een Belg is? Een Kempenaar? Een ingeweken Herentalsenaar? (En is dat soort chauvinisme kleinmenselijk of gewoon menselijk?)

Is het omdat ik hem net dat tikkeltje sympathieker vind? (Of vind ik dat alleen omdat hij een Belg is, een Kempenaar, een ingeweken Herentalsenaar?)

Is het omdat hij vorig jaar zo stom de Ronde door zijn vingers liet glippen?

Of is het misschien omdat ik diep vanbinnen wel aanvoel dat die andere intrinsiek net dat tikkeltje meer getalenteerd is en ik een aangeboren voorliefde heb voor underdogs? (Al is dat in dit geval bijzonder relatief.)

Dat van dat tikkeltje meer werd pijnlijk duidelijk op de Kwaremont. (Pijnlijk voor de fan die ik ben, en voor de renner waar ik fan van ben.) Wat een overmachtsvertoon! (Van die andere.) Hij ontsnapte, ik vloekte. Weg spanning.

Dat is het grootste nadeel aan koers, en zeker aan de Ronde van Vlaanderen: als de koploper(s) niet echt in je hart zitten, en dat zeg ik met alle respect voor hun sportieve prestatie, dan zijn die laatste kilometers er te veel aan. Maar je blijft kijken. En soms, soms word je alsnog verrast. Door een derde hond, in dit geval een Deense dog.

Ik betrapte me erop dat ik juichte.

En vroeg me meteen af of ik dat wel deed omdat Asgreen won…

Zat die nederlaag van Wout in de Ronde van vorig jaar dan zó diep?

Ben ik dan zo’n vreselijke fan die tégen de concurrentie supportert?

En is dat dan kleinmenselijk?

Of gewoon menselijk?

Deze editie van de Ronde zette me aan tot introspectie, blijkbaar een neveneffect van een dagje ouder worden.

Het resultaat is schaamte.

Confronterend.

Dus zal ik mezelf maar wijsmaken dat ik juichte vanwege de verrassing, de onvoorspelbaarheid. Want ook dat is koers zoals koers hoort te zijn.

De Koperen Kogel