20/12/21 Il sogno del mio figlio

Ik heb een zoontje met een droom. Profvoetballer worden. Hij is verstandig genoeg om te beseffen dat het een droom is met statistisch gezien een kleine kans op verwezenlijking, maar ik vind hem nog te jong om dat voortdurend te benadrukken. Er is niets ter wereld wat hij liever doet, dus laat ik het hem doen op een manier en een niveau die hem plezier verschaffen. En onrechtstreeks ook mij, als contente vader aan de zijlijn.

Plezier beleef ik al lang niet meer - of toch een pak minder dan vroeger - aan het profvoetbal zelf. Een parallel universum waarin de hoofdrolspelers én de bijrolspelers zich onaantastbaar wanen en hun gat vegen aan de regels der moraal, zonder te beseffen dat ze zich onsterfelijk belachelijk maken bij complete buitenstaanders of neutrale liefhebbers wier gedachtegang niet vertroebeld is door clubkleuren.

Voetballers zijn ook maar mensen, en we moeten ze misschien niet bombarderen met een voorbeeldrol waar ze niet expliciet om gevraagd hebben en/of intellectueel niet toe in staat zijn. Dat geldt ook voor voetbalsupporters. Maar als de zorgsector in ademnood zit en heel wat andere sectoren daardoor ook de keel wordt dichtgeknepen, en tegelijk mogen stadions nog volstromen en voetballers elkaar nog behijgen, is een beetje nederigheid en fatsoen dan zoveel gevraagd?

Ik ben (het) moe. En diep bedroefd. Want kan ik mijn zoontje wel laten dromen van een job waar supporters - enkelingen, natuurlijk, die niettemin worden toegejuicht door een heleboel andere enkelingen - andere supporters naar het leven staan en spelers fysiek belagen, of verbaal, met spreekkoren die onpeilbaar achterlijk zijn.

Waar de bond, naar het beeld van dit land, uitblinkt in inefficiëntie en lafheid?

Waar de domme kloten onder zijn collega’s lockdownfeestjes geven of - recenter - met een dwaze grijns op hun gezicht in een druk bekeken tv-programma verklaren dat ze iets te snel en met iets te veel glaasjes op met de auto rijden, terwijl de journalisten te diep met hun kop in zijn reet zitten om met hun hoofd te schudden?

Waar goedbetaalde trainers en bestuursleden in ruil voor nóg meer centjes op hun rekening de boel belazeren en liever buitenlandse spelers van bedenkelijk niveau aantrekken dan de eigen jeugdopleiding (met nochtans op hol geslagen scouting en doodbloedende kleine clubs als gevolg) eindelijk eens te laten renderen?

Waar spelplezier de duimen moet leggen voor ‘grinta’, met als nevenwerkingen schwalbes, gegesticuleer, protest, tackles met de voet vooruit, matennaaierij en andere viezigheid die kinderen met die ene droom te zien krijgen en helaas steeds vaker nadoen. Wat dan weer nefast is voor hoe content de vader aan de zijlijn is.

Gelukkig ontdekte ik afgelopen weekend het perfecte tegengif. Samen met mijn zoontje keek ik naar de Netflix-docu ‘Sogno azzurro, la strada per Wembley’, over de Italiaanse ploeg tijdens het door haar gewonnen EK. Kijk ernaar, en u begrijpt waarom de huidige lichting Rode Duivels dat toernooi niet won en er misschien nooit één gaat winnen. Omdat het geen kliek is maar een verzameling individuen of duo’s of trio’s, omdat ze niet dezelfde taal spreken als de coach en als elkaar onderling, omdat ze daardoor ook niet dezelfde liedjes zingen - vooral dat misschien. Omdat ze niet stralen van plezier.

‘Dat moet toch plezant zijn’, sprak de kleine tijdens de aftiteling, ‘zo samen een toernooi beleven.’ En hij voegde eraan toe, weliswaar alleen in gedachten: ‘Dat wil ik ook.’

Een vader-zoon-kippenvelmomentje. Ik zei niks van wat ik hierboven schreef en besloot hem te laten dromen, in alle naïviteit. Ik kan alleen maar hopen dat, mocht hij de statistieken alsnog dribbelen, het profvoetbal me tegen dan ook weer kippenvel kan bezorgen.

De Koperen Kogel